Home | Actueel | Persberichten | 2000-2009 | 2001 | Briefadvies over de herziening van de WRO: Meer intergemeentelijke samenwerking nodig

Briefadvies over de herziening van de WRO: Meer intergemeentelijke samenwerking nodig

8 november 2001

De SER onderschrijft de noodzaak van een fundamentele herziening van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO). Hij stemt ook in met de ambities die het kabinet voor het wetsvoorstel heeft geformuleerd. De SER wil nog wel één ambitie toevoegen: het faciliteren van de gebiedsgerichte ontwikkelingsplanologie.

Dit staat in een briefadvies dat de SER-commissie Ruimtelijke Inrichting en Bereikbaarheid namens de raad heeft vastgesteld. Het is opgesteld door een werkgroep van deze commissie, onder voorzitterschap van prof.dr. L.F. van Muiswinkel. In deze commissie hebben ook leden uit de kring van natuur- en milieuorganisaties zitting. Het briefadvies is een reactie op de adviesaanvraag van minister Pronk (VROM) van 18 september jl.

In het in september jl. vastgestelde advies Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening heeft de raad zijn opvattingen over gebiedsgerichte ontwikkelingsplanologie uitgewerkt in een schets van een heldere procesarchitectuur. Een herziene WRO moet in de bestuurlijke en juridische regelingen voor een goede afstemming van publieke en private ontwikkelingsprocessen voorzien.

Intergemeentelijke samenwerking
Uit de Vijfde Nota kwam de behoefte aan effectieve regionale samenwerking duidelijk naar voren. Het voorontwerp Wro spreekt veel te vrijblijvend over intergemeentelijke structuurvisies als een “mogelijkheid” en gaat voorbij aan de dringende behoefte aan een omslag in de bestuurscultuur. De SER vindt het dan ook passend om de verplichting tot het elke tien jaar opstellen van intergemeentelijke structuurvisies die nu geldt voor kaderwetgebieden, uit te breiden tot in ieder geval alle stedelijke gebieden.
Een structuurvisie wordt geacht het vaststellende bestuursorgaan te binden. Die bindende werking zou volgens de SER logischerwijs ook moeten uitgaan van een intergemeentelijke structuurvisie naar de bestemmingsplannen van de betrokken gemeenten.

Het belang van de structuurvisie
Voor een gebiedsgerichte ontwikkelingsplanologie is het nuttig strategische visies en juridisch bindend beleid helder te onderscheiden. De SER verwelkomt dan ook de introductie van de figuur van de structuurvisie in de Wro als een middel om – in combinatie met het van structuurvisies af te leiden instructies – zowel richting als ruimte te geven aan interactieve ontwikkelingsprocessen . Volgens de SER zouden de verschillende bestuurslagen moeten worden verplicht tot het opstellen van dergelijke visies.
De provinciale structuurvisie zal het grondgebied van de provincie moeten indelen in een aantal gebieden (regio’s) die bepalend zijn voor de kring van samenwerkende gemeenten en de gebiedsafbakening van hun structuurvisies.
Rijk en provincies kunnen inhoudelijke instructies geven die bij de vaststelling van bestemmingsplannen in acht moeten worden genomen. Een dergelijke instructie zal naar de mening van de SER in beginsel moeten kunnen worden afgeleid van een vastgestelde structuurvisie.

Versterking positie bestemmingsplan
Het gemeentelijke bestemmingsplan fungeert in de praktijk vooral als sluitstuk van ontwikkelingsprocessen en is vaak niet actueel. De SER vindt het daarom belangrijk dat de Wro gemeenten verplicht tot het vaststellen van bestemmingsplannen, ten minste eenmaal in de tien jaar, voor het gehele gemeentelijke grondgebied en dat de daartoe te volgen procedure wordt gestroomlijnd. In geval van een bestaand bestemmingsplan dat nog toekomstbestendig is kan volgens de SER worden volstaan met een procedureel relatief eenvoudige actualiteitsverklaring.
De sanctie die de Wro aan niet-tijdige actualisatie van bestemmingsplannen verbindt is die van een ‘bevriezing’ van het in het plan begrepen gebied. Deze consequentie lijkt op zich logisch, maar kan als sanctie het verkeerde doel treffen, namelijk vooral private partijen die part noch deel hebben aan de nalatigheid van de gemeente. Het verdient aanbeveling de sanctie op de gemeente te richten door helder vast te leggen dat voor de behandeling van een verzoek tot herziening van een verouderd bestemmingsplan géén leges in rekening gebracht mag worden. Verder is een mogelijkheid dat met het ‘verjaren’ van een bestemmingsplan de bevoegdheid tot wijziging ervan overgaat op de provincie. Het ligt voor de hand dat private partijen die zich geschaad voelen door het ontbreken van een actueel bestemmingsplan, bij de rechter schadevergoeding van de gemeente kunnen eisen.

Voor de SER is het essentieel dat een bestemmingsplan tijdig aan veranderende omstandigheden kan worden aangepast. De verkorting, in het voorontwerp van de Wro, van de bestemmingsplanprocedure is daarom heel welkom. Het daadwerkelijk realiseren van die verkorting vergt vooral van gemeenten investeringen in benodigde capaciteiten. Op voorwaarde dat de overheid tijdig de nodige voorzieningen treft kan de SER instemmen met de afschaffing van de huidige vrijstellingsregeling (van artikel 19 WRO).


Noot voor de redactie
Voor nadere informatie: Mariek de Valk, tel 070 - 3499648