Home | Actueel | Persberichten | 2000-2009 | 2001 | SER over gelijke behandeling gehandicapte en chronisch zieke werknemers

SER over gelijke behandeling gehandicapte en chronisch zieke werknemers

28 mei 2001

Werknemers met een handicap of een chronische ziekte hebben recht op gelijke behandeling. De SER onderschrijft dit uitgangspunt in een unaniem advies aan staatssecretaris Vliegenthart van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. De raad vindt dat de werkgever verplicht is tot het verrichten van aanpassingen, tenzij deze redelijkerwijs niet van hem gevergd kunnen worden.

Het advies is het antwoord op de adviesaanvraag van 16 maart 2001, waarin de raad om een mening wordt gevraagd over het conceptwetsvoorstel gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte. Het advies is opgesteld door de Commissie Arbeid, Onderneming en Medezeggenschap die onder voorzitterschap staat van prof. mr. P. F. van der Heijden.

In het conceptwetsvoorstel staat dat de verplichting tot het verrichten van aanpassingen niet geldt indien deze voor de werkgever een ‘onevenredige belasting’ vormen. De SER stelt voor om aan te sluiten bij de redelijkerwijs-clausule zoals deze in de Arbeidsomstandighedenwet, de Wet op de Reïntegratie Arbeidsgehandicapten (Wet REA) en in het Ontslagbesluit wordt gehanteerd. Dat betekent dat de werkgever tot aanpassing verplicht is ‘tenzij dat redelijkerwijs niet van hem kan worden gevergd’.

De SER heeft in 1997 al eerder over de gelijke behandeling van chronisch zieke en gehandicapte werknemers geadviseerd. Toen ging de raad vooral in op behoefte aan een wettelijke regeling, de reikwijdte van zo’n regeling, de in de regeling op te nemen toetsingsnorm en de mogelijkheden voor de gehandicapte bij niet-naleving van de norm.
In het nu uitgebrachte advies geeft de raad nadere invulling aan de aanpassingsverplichting van de werkgever. Daarbij merkt de SER ook op dat de werkgever een eigen verantwoordelijkheid heeft om doeltreffende aanpassingen in het bedrijf aan te brengen. Wanneer de medische tekortkomingen van de werknemer kenbaar zijn voor de werkgever, moet deze niet afwachten tot de chronisch zieke of gehandicapte werknemer zelf met een verzoek komt. De (aspirant-)werknemer heeft immers geen goed zicht op de arbeidsorganisatie en de eventuele belemmeringen die zijn functioneren kunnen hinderen.

Tenslotte hecht de raad eraan dat de staatssecretaris duidelijk maakt dat het wetsvoorstel niet bedoelt verandering te brengen in de rechten en plichten van sollicitanten op het punt van informatieverstrekking.


Noot voor de redactie:
Voor nadere informatie: Lourens Kluitenberg, tel. 070-3499649