18 mei 2001
De SER heeft vandaag één unaniem advies vastgesteld: over de Nieuwe Pensioenwet . Na afloop van de vergadering nam de raad afscheid van FNV-bestuurder Henk Muller.
Nieuwe Pensioenwet
In dit advies stelt de SER dat de nieuwe Pensioenwet zich vooral moet richten op het veilig stellen van pensioengelden en een goede uitvoering van de pensioenregelingen. Want nu steeds meer werknemers een pensioen opbouwen, blijft het waarborgen van pensioentoezeggingen onverminderd noodzakelijk, aldus de raad. Verder vindt de SER dat het verkleinen van de zogeheten witte vlek (werknemers die geen aanvullend pensioen opbouwen) door middel van arbeidsvoorwaardenoverleg moet worden gerealiseerd. Pensioen is immers een arbeidsvoorwaarde. Ook dient de transparantie van pensioenregelingen vergroot te worden.
Deze en nog meer onderwerpen komen aan de orde in het advies Nieuwe Pensioenwet. Dit advies is het antwoord op een adviesaanvraag (van mei 2000) van de staatssecretaris Hoogervorst van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over de herziening van de Pensioen- en spaarfondsenwet (PSW). Het advies is opgesteld door de Pensioencommissie onder voorzitterschap van prof. dr. L.F. van Muiswinkel.
FNV-bestuurder H. Muller sprak namens alle drie vakcentrales zijn waardering uit over het advies. Volgens hem biedt het SER-advies mogelijkheden voor een algehele modernisering en technische herziening van de PSW. Muller noemde de belangrijkste aandachtspunten voor de vakbeweging. Dat zijn: de verantwoordelijkheidsverdeling in pensioenland, de aanpak van de witte vlek, het beleid inzake indexatie en vermogensoverschotten en vermogenstekorten, de samenstelling van Ondernemingspensioenfondsbesturen en de top van de holding.
De FNV-bestuurder zei verder dat een fundamentele herziening en modernisering van de PSW een grondige bezinning vereist op de verdeling van verantwoordelijkheden. "Centraal uitgangspunt voor de inrichting van de nieuwe pensioenwet moet zijn dat sociale partners de primaire verantwoordelijkheid dragen voor de arbeidsvoorwaarde pensioenen. De rol van de overheid is vooral ondersteunend en voorwaardenscheppend."
A.H. Verhoeven , voorzitter van de Unie mhp, schetste het belang van de zogeheten opdrachtbrief binnen het SER-advies. Met de introductie van deze brief wordt de verhouding tussen sociale partners en het pensioenfonds verduidelijkt, aldus Verhoeven. "Er zal daardoor een situatie ontstaan waarin informatieverschaffing en het afleggen van verantwoording een natuurlijk proces zijn in de soms ondoorzichtige wereld van de pensioenen."
Het kroonlid mevrouw I. P. Asscher-Vonk verzocht werkgevers en werknemers om uit te zoeken welke groepen bovenmatig vertegenwoordigd zijn in de witte vlek. Volgens haar zijn dit vooral jongeren, vrouwen en allochtonen. "Het is geen goede zaak als er onderscheid wordt gemaakt naar afkomst, geslacht of leeftijd bij het afsluiten van pensioenvoorzieningen." Asscher-Vonk waarschuwde voor nog een tweede ongunstige ontwikkeling binnen de witte vlek: de groei van groepen werknemers die nooit een vast contract krijgen. Ook zij komen nauwelijks in aanmerking voor een pensioenvoorziening. "Wat moeten we hier aan doen?", vroeg het kroonlid zich hardop af.
J. Ruiter van VNO-NCW voerde namens de gezamenlijke werkgevers het woord. Hij sprak zijn bezorgdheid uit over de neiging in ‘Brussel en Den Haag’ om inhoudelijke pensioenaspecten een wettelijke basis te geven. Daarom is het volgens Ruiter van groot belang dat de SER een heel ander geluid laat horen. "De sociale partners dragen niet alleen de primaire verantwoordelijkheid voor de inhoud van de arbeidsvoorwaarde pensioen, het SER-advies vult die verantwoordelijkheid ook concreet in. Met als noodzakelijke consequentie: een overheid of een wetgever op afstand."
Ruiter wees ook op de samenhang tussen het pensioenadvies van de SER en de aanbevelingen van de Stichting van de Arbeid, onder de titel: ‘Moderne en betaalbare pensioenen voor alle werknemers’.
Noot voor de redactie
Voor meer informatie: Lourens Kluitenberg, 070-3499649