Home | Actueel | Persberichten | 2000-2009 | 2001 | Verslag raadsvergadering 19 januari 2001

Verslag raadsvergadering 19 januari 2001

19 januari 2001

De SER heeft vandaag twee unanieme adviezen vastgesteld: over Koers BVE en over het functioneren en de toekomst van de structuurregeling . Na afloop van de vergadering vond de uitreiking plaats aan de winnaars van de scriptiewedstrijd die de SER het afgelopen jaar heeft uitgeschreven. De winnaars zijn Gerben Saalmink (HBO) en Frederik van Heel (WO).

Koers BVE
Het advies over Koers BVE stelt dat het middelbaar beroepsonderwijs en de volwasseneneducatie (BVE) voor grote maatschappelijke uitdagingen staan en dat deze op weg zijn die waar te maken. De minister van OCenW onderschrijft deze ontwikkelingen in zijn nota Koers BVE , maar heeft daarin nog te weinig oog voor de dilemma’s waarvoor onderwijsinstellingen staan. Een heldere kwaliteitsstrategie met duidelijke prioriteiten en een realistisch tijdpad moeten daar verandering in brengen. Aldus het advies, dat is voorbereid door de Commissie Arbeidsmarktvraagstukken, onder voorzitterschap van prof.dr. J.M.G. Leune. De adviesaanvraag van minister Hermans van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen dateert van 20 september 2000.

MKB-Nederland-voorzitter J. de Boer , die sprak namens alle ondernemersorganisaties, benadrukte het belang van het middelbaar beroepsonderwijs. Mbo’ers zijn volgens hem “de yuppen van de toekomst”. Hij vroeg de aandacht voor vijf in het oog springende punten. Zo vond hij dat de rijksoverheid bij een gedecentraliseerd mbo toch de landelijke kaders moet blijven bewaken. Ook gaf hij het belang aan van een goede samenwerking tussen àlle betrokken actoren om de vernieuwing van het onderwijs voldoende uit de verf te laten komen. Verder vond hij dat de publieke verantwoording over de besteding van overheidsmiddelen en de wijze waarop in overleg met het bedrijfsleven wordt gewerkt aan een kwalitatief hoogwaardig beroepsonderwijs een veel duidelijker plaats moet krijgen in het beleid van de onderwijsinstellingen. Als vierde punt noemde hij verbetering van de examinering in het beroepsonderwijs, gezien de negatieve bevindingen van de onderwijsinspectie. En tenslotte riep hij de minister op te bezien of het mogelijk is meer positieve prikkels in te bouwen in het bekostigingssysteem van instellingen. Scholen moeten beloond worden bij een laag ziekteverzuim en weinig voortijdige schoolverlaters, vond hij.

Namens de drie vakcentrales sprak CNV-bestuurder R. van Splunder . Hij vroeg aandacht voor de problematiek van werknemers zonder startkwalifikatie. Hij zei te hopen dat de Stuurgroep Impuls Beroepsonderwijs, die na het afgelopen najaarsoverleg vanuit de Stichting van de Arbeid is opgericht, een aanzet zal geven voor een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de versterking van het beroepsonderwijs, waardoor deze groep werknemers een tweede kans kan worden geboden. Ook vond hij dat er geïnvesteerd moet worden in een goed systeem van examineren en bepleitte hij het opgaan van het Centrum Vakopleiding in een op te richten nationale Stichting. Samengaan van de centra met de ROC’s (regionale opleidingscentra) of privatisering wees hij van de hand.

Het kroonlid mevrouw Asscher-Vonk stelde de vraag of een leven lang leren alleen geldt voor de werkenden. Zij vond dat bijvoorbeeld ook loopbaanonderbrekers en WAO’ers in aanmerking moeten komen voor beroepsonderwijs of scholing. De ROC’s moeten hiertoe samenwerken met de gemeenten en de uitkeringsinstanties.

Structuurregeling
In het advies over de structuurregeling doet de raad voorstellen om de invloed van de aandeelhouders en de ondernemingsraad op de samenstelling van de raad van commissarissen te vergroten. In de huidige regeling benoemt de raad van commissarissen (RvC) zelf de commissarissen; aandeelhouders en ondernemingsraad (OR) hebben alleen het recht om kandidaten aan te bevelen of om gewichtige bezwaren aan te tekenen tegen een voorgenomen benoeming. De benoeming van commissarissen moet voortaan in handen zijn van de algemene vergadering van aandeelhouders (AvA) op voordracht van de RvC. De OR moet het recht krijgen een bijzondere voordracht aan de RvC te doen voor ten hoogste eenderde van het aantal commissarisplaatsen. Het advies is voorbereid door een commissie onder voorzitterschap van SER-voorzitter dr. H.H.F. Wijffels. Het is een reactie op een adviesaanvraag van het kabinet van 10 februari 2000 en op een aanvullende adviesaanvraag van de Tweede Kamer van 27 juni 2000.

VNO-NCW voorzitter J. Schraven sprak van een historisch akkoord. Hij zei – namens alle ondernemersorganisaties - het advies te beschouwen als een doorbraak. “Het is gelukt een werkbaar systeem op te zetten dat past bij de eisen van deze tijd. Door enerzijds een aantal waardevolle kenmerken van de huidige structuurregeling goed overeind te houden en anderzijds op een aantal terreinen die regeling flink te moderniseren.” Volgens Schraven voldoen de voorstellen van de SER aan de twee belangrijkste eisen die aan het funcioneren van een moderne onderneming worden gesteld. Snelheid en slagvaardigheid dienen in het huidige ondernemen centraal te staan, terwijl ook transparantie en verantwoordingsplicht aan alle belanghebbenden van essentieel belang zijn. Hij somde drie waardevolle kenmerken op van het huidige regime die in het SER-advies overeind blijven. “De ondernemingsleiding moet met voldoende mandaat kunnen optreden”, aldus Schraven. “Verantwoordingsplicht aan stakeholders is vanzelfsprekend, maar ondernemers moeten kunnen blijven ondernemen. Daarnaast is het een goede zaak dat de raad van commissarissen een éénheid blijft vormen. Fractievorming wordt in dit advies buiten de deur gehouden. En in de derde plaats blijft de betrokkenheid van werknemers bij de raad van commissarissen in tact. De raad van commissarissen blijft zijn taken uitvoeren in het belang van de totale onderneming, van alle daarbij betrokken stakeholders.” De sterktes van het huidige regime zijn in het SER advies terecht overeind gehouden, oordeelde Schraven. Maar in vier opzichten is de bestaande regeling gemoderniseerd. De positie van de aandeelhouders wordt versterkt, de ondernemingsraden kunnen een nog actievere rol spelen bij de benoeming van commissarissen, ondernemingen hebben meer vrijheid om het type regime te kiezen dat bij hen past en de toegenomen betrokkenheid van de stakeholders kan leiden tot een grotere kwaliteit en ruimere beschikbaarheid van commissarissen. Schraven riep het kabinet dan ook op om zo spoedig mogelijk een reactie op het SER-advies te geven, en alles in het werk te stellen om nog deze regeerperiode een wetswijziging in het Staatsblad te krijgen.

FNV-voorzitter L. de Waal , die tevens het woord voerde namens het CNV en de Unie mhp, stelde dat de vakbeweging zich in voldoende mate kan vinden in het ontwerpadvies. De Nederlandse vakbonden ageren al jaren tegen het coöptatiemechanisme bij de benoeming van de raad van commissarissen. De huidige structuurregeling leidt ertoe dat aandeelhouders en werknemers zich onvoldoende verantwoordelijk voelen voor de organisatie en kwaliteit van het toezicht op de ondernemingsleiding, aldus De Waal. Daarom is het SER-advies welkom. In het advies krijgt de ondernemingsraad de mogelijkheid om maximaal eenderde van de commissarissen voor te dragen. “Een verbetering” vond De Waal, hoewel hem één punt zorgen baarde. “De ondernemingsraad mag weliswaar eenderde van het aantal commissarissen voordragen. Als echter het aantal commissarissen niet deelbaar is door drie, wordt naar beneden afgerond. De vakbeweging berust in deze afrondingsregel, ter wille van een unaniem advies. Maar het zou voor een ieder van ons onduldbaar zijn als vennootschappen het aantal commissarissen zouden manipuleren om de betrokkenheid van de ondernemingsraad bij de samenstelling van de raad van commissarissen te minimaliseren.” De FNV-voorzitter achtte het van groot belang dat VNO-NCW en de vakcentrales inmiddels praten over samenwerking om raden van commissarissen en ondernemingsraden te helpen bij het selecteren van mensen die in aanmerking komen voor het commissariaat.

Het plaatsvervangend kroonlid M. van der Nat vond het een goede zaak dat de SER een breed advies heeft uitgebracht. “De raad had zich ook kunnen beperken tot het correctiemechanisme binnen het structuurregime. Maar ik juich het toe dat de SER dat niet heeft gedaan.” Volgens Van der Nat loopt Nederland met het huidige structuurregime internationaal uit de pas en is modernisering op meerdere onderdelen daarom hard nodig. “Het SER-advies is een compromis, maar wel een doorbraak. Ik zie het als een stap voorwaarts.”

Het plaatsvervangend kroonlid P.F. van der Heijden sprak lovende woorden over het SER-advies. “Het past prima in de geest van de tijd, de SER heeft geluisterd naar de ontwikkelingen in de samenleving.” Van der Heijden noemde het een novum in het vennootschapsrecht dat volgens het voorstel van de SER ondernemingen kunnen kiezen voor een stelsel van benoeming van commissarissen dat het best past bij hun eigen specifieke situatie: ze kunnen kiezen voor het door de SER voorgestelde systeem van benoeming, maar daarvan bij overeenstemming tussen de raad van commissarissen, de algemene vergadering van aandeelhouders en de ondernemingsraad, ook afwijken.


Noot voor de redactie
Voor meer informatie: Mariek de Valk, 070-3499648.