4 januari 2001
De betrokkenheid van de algemene vergadering van aandeelhouders en de ondernemingsraad bij de benoeming van leden van de raad van commissarissen van grote ondernemingen moet worden versterkt. In de huidige regeling benoemt de raad van commissarissen (RvC) zelf de commissarissen; aandeelhouders en ondernemingsraad (OR) hebben alleen het recht om kandidaten aan te bevelen of om gewichtige bezwaren aan te tekenen tegen een voorgenomen benoeming. De benoeming van commissarissen moet voortaan in handen zijn van de algemene vergadering van aandeelhouders (AvA) op voordracht van de RvC. De OR moet het recht krijgen een bijzondere voordracht aan de RvC te doen voor ten hoogste eenderde van het aantal commissarisplaatsen.
Dit staat in een ontwerpadvies1over de regeling van het commissariaat bij grote ondernemingen (de zogenoemde structuurregeling) dat is voorbereid door een commissie onder voorzitterschap van SER-voorzitter dr. H.H.F. Wijffels. Het ontwerpadvies zal worden behandeld in de openbare raadsvergadering op vrijdag 19 januari 2001.
Adviesaanvragen kabinet en Tweede Kamer
Het ontwerpadvies is een reactie op een adviesaanvraag van de minister van Justitie die namens het kabinet de SER heeft gevraagd te adviseren over het functioneren en de toekomst van de structuurregeling. Het kabinet vroeg de raad het advies toe te spitsen op twee onderwerpen, namelijk het correctiemechanisme bij slecht functioneren van commissarissen en de criteria voor de verplichte toepassing van de structuurregeling.
De commissie is van mening dat aan het advies een bredere strekking moet worden gegeven, gezien de samenhang van deze twee onderwerpen met een aantal andere aspecten van de structuurregeling. Daarom gaat het ontwerpadvies ook in op de wijze van samenstelling van de RvC, de wenselijkheid van een zekere versterking van de positie van aandeelhouders en certificaathouders en het belang van evenwicht in bevoegdheden van de AvA en de OR.
Hiermee komt de commissie tevens tegemoet aan het verzoek om een bredere advisering dat de Tweede Kamer heeft gedaan in een aanvullende adviesaanvraag aan de SER.
Kern van het ontwerpadvies: structuurregeling handhaven en versterken
Een centrale doelstelling van de structuurregeling is om - naast de invloed van aandeelhouders - de zeggenschap van werknemers in de structuur van de grote onderneming te verankeren door de OR invloed toe te kennen op de samenstelling van de RvC. Aan de RvC van een structuurvennootschap zijn belangrijke taken en verantwoordelijkheden toegekend. De commissie acht van wezenlijke betekenis dat de RvC zijn toezichthoudende taak blijft uitoefenen op basis van de wettelijke taakopdracht zich te richten naar het belang van de onderneming en niet naar deelbelangen.
Feitelijke toepassing structuurregeling
De structuurregeling geldt thans voor circa 400 grote ondernemingen met een eigen vermogen van meer dan 13 miljoen euro (circa 27 miljoen gulden) en met 100 of meer werknemers die in Nederland werkzaam zijn. Holdings van internationale concerns waarvan meer dan de helft van de werknemers in het buitenland werkzaam is, zijn vrijgesteld van de verplichte toepassing van de structuurregeling; een aantal daarvan past de structuurregeling vrijwillig toe: dit laatste geldt onder meer voor circa 30 beursgenoteerde ondernemingen.
Samenhangend pakket van voorstellen
De voorstellen van de commissie hebben betrekking op diverse, met elkaar samenhangende onderdelen van de structuurregeling: de benoeming van commissarissen, de mogelijkheden tot ingrijpen bij gebrek aan vertrouwen in de RvC, de criteria voor verplichte toepassing van de structuurregeling, de vrijwillige toepassing van de structuurregeling en de bevoegdheden van kapitaalverschaffers (aandeelhouders en certificaathouders) bij een aantal aspecten van het ondernemingsbeleid.
Benoeming en samenstelling van de RvC
De commissie beveelt met nadruk aan dat raden van commissarissen in overeenstemming met de AvA, de OR en het bestuur een profielschets maken voor de samenstelling van de RvC. Deze profielschets moet onder meer ingaan op het aantal commissarisplaatsen en de gewenste achtergrond en ervaring van een commissaris. Een wettelijke regeling op dit punt acht de commissie niet nodig.
De commissie stelt voor dat de leden van de RvC worden benoemd door de AvA op voordracht van de RvC. De AvA kan een voordracht verwerpen met een meerderheid van 2/3 van de aanwezige stemgerechtigden die tezamen 1/3 van het geplaatste kapitaal vertegenwoordigen. De RvC zal dan een nieuwe voordracht voorleggen aan de AvA.
De OR krijgt de bevoegdheid een bijzondere voordracht te doen voor ten hoogste 1/3 van het aantal commissarisplaatsen. Deze bijzondere voordracht wordt voorgelegd aan de RvC die de betrokken kandidaat vervolgens opneemt in zijn voordracht aan de AvA. Indien de RvC niet instemt met de bijzondere voordracht van de OR, zullen RvC en OR zich hierover gezamenlijk beraden en in het uiterste geval het verschil van inzicht kunnen voorleggen aan de Ondernemingskamer.
AvA en OR behouden daarnaast het recht kandidaten aan de RvC aan te bevelen; de commissie meent dat het huidige bezwaarrecht kan vervallen.
De commissie stelt voor dat de wet de mogelijkheid biedt dat op basis van overeenstemming tussen RvC, AvA en OR kan worden afgeweken van de door de raad voorgestelde wettelijke regeling voor de benoeming van commissarissen.
Met deze voorstellen wordt volgens de commissie voldaan aan een viertal uitgangspunten:
- de voorstellen sluiten aan bij de visie van de SER op de onderneming als samenwerkingsverband van werknemers, kapitaalverschaffers en ondernemingsleiding;
- zij sluiten aan bij ontwikkelingen op de kapitaalmarkt en de positie van aandeelhouders in internationaal perspectief;
- zij sluiten aan bij de praktijk van een aantal (grote) ondernemingen waar de OR een versterkt aanbevelingsrecht heeft bij benoeming van commissarissen;
- zij doen recht aan het streven naar evenwicht in de invloed van de AvA en de OR op de samenstelling van de RvC.
Mogelijkheid tot ingrijpen bij gebrek aan vertrouwen in de RvC
De commissie stelt voor wettelijk vast te leggen dat de AvA het vertrouwen kan opzeggen in de RvC. De AvA moet daartoe besluiten met een gekwalificeerde meerderheid (2/3 van de uitgebrachte stemmen die 1/3 van het kapitaal vertegenwoordigen). Het besluit heeft tot gevolg dat de RvC met onmiddellijke ingang opstapt. De AvA kan dit besluit pas nemen nadat de OR in de gelegenheid is gesteld zijn oordeel te geven over een voorstel tot opzegging van het vertrouwen in de RvC. Het bestuur van de vennootschap vraagt vervolgens de Ondernemingkamer onverwijld een of meer onafhankelijke personen aan te wijzen die de toezichtfunctie tijdelijk waarnemen en ervoor zorgen dat een nieuwe RvC wordt benoemd.
Ook de OR kan het vertrouwen opzeggen en de Ondernemingskamer verzoeken een of meer dan wel alle commissarissen te ontslaan. Hiervoor is geen wetswijziging nodig.
Criteria voor verplichte toepassing
De commissie stelt voor het kapitaalscriterium voor verplichte toepassing van de structuurregeling te verhogen van 27 miljoen gulden (13 miljoen euro) naar 35 miljoen gulden (16 miljoen euro). Het werknemerscriterium (100 of meer werknemers in Nederland) blijft ongewijzigd.
Ook stelt zij voor aan de reeds bestaande uitzonderingsgevallen waarin de structuurregeling in verzwakte vorm mag worden toegepast een nieuwe uitzondering toe te voegen, namelijk voor (familie)vennootschappen waarvan alle aandelen in handen zijn van één natuurlijke persoon of krachtens een onderlinge regeling tot samenwerking van twee of meer natuurlijke personen. In het verzwakte regime benoemt de AvA het bestuur.
Vrijwillige toepassing
De commissie vindt dat de AvA moet kunnen bepalen of de structuurregeling al dan niet wordt gehandhaafd wanneer een vennootschap door wijziging van omstandigheden niet langer wettelijk verplicht is tot toepassing ervan. Het bestuur moet daarvoor aan de AvA een voorstel voorleggen.
Versterking positie van aandeelhouders en certificaathouders
Het ontwerpadvies bevat een aantal voorstellen tot versterking van de positie van de verschaffers van risicodragend kapitaal (aandeelhouders en certificaathouders). Deze voorstellen betreffen:
- de benoeming van de leden van de RvC door de AvA;
- de bevoegdheid van de AvA om het vertrouwen in de RvC op te zeggen;
- de goedkeuring door de AvA van bestuursbesluiten die ertoe leiden dat de identiteit of het karakter van de vennootschap sterk verandert (overdracht van de onderneming; ingrijpende besluiten tot het aangaan of verbreken van duurzame samenwerking dan wel deelneming in andere ondernemingen);
- de bevoegdheid van de AvA tot het vaststellen of verwerpen van de jaarstukken;
- het recht voor certificaathouders in de algemene vergadering van aandeelhouders te stemmen over aangelegenheden die de structuurregeling betreffen, behalve bij uitzonderlijke omstandigheden, namelijk wanneer een openbaar bod is uitgebracht op de aandelen of overname dreigt;
- het recht voor aandeelhouders en certificaathouders die, gezamenlijk, één procent van het geplaatste kapitaal bezitten om onderwerpen te laten agenderen voor een algemene vergadering van aandeelhouders;
- de bevoegdheid van de AvA om te beslissen over het al dan niet handhaven van de structuurregeling op vrijwillige basis indien de vennootschap niet meer voldoet aan de wettelijke criteria voor verplichte toepassing.
1Het gaat om een ontwerpadvies dat nog moet worden behandeld door de raad; de standpunten in dit persbericht geven de visie van de van de commissie van voorbereiding weer.
Noot voor de redactie:
Voor nadere informatie: Hans Prakke, tel. 070-3499647