15 december 2000
De SER heeft vandaag twee unanieme adviezen vastgesteld: over maatschappelijk ondernemen (De winst van waarden) en over het stelsel van ziektekostenverzekeringen (Naar een gezond stelsel van ziektekostenverzekeringen) . daaraan voorafgaand werd bij het agendapunt Actualiteiten gesproken over de Eurotop in Nice en over het werken op zondag.
Actualiteiten
FNV-bestuurster mevrouw C. Roozemond gaf uiting aan haar “enorme teleurstelling” over de Eurotop in Nice. Het was een zeer “on-Europese top” waarbij vooral gevochten is voor nationale belangen en minimaal is gepresteerd om uitbreiding van de EU mogelijk te maken. Ze vond het gênant dat Nederland de goede verhoudingen met België op het spel had gezet voor één stem meer. Op het vlak van de meerderheidsbesluitvorming, bijvoorbeeld op sociaal en fiscaal terrein, is er bovendien te weinig bereikt. De sociale beleidsagenda noemde ze boterzacht, omdat de beleidsinstrumenten ontbreken. Tijdens het najaarsoverleg op 4 december hadden sociale partners juist met het kabinet afgesproken dat er een cyclus van substantieel overleg komt over de inzet van het kabinet op het gebied van het “sociale Europa”. Europa is meer dan alleen munt en markt, aldus mevrouw Roozemond.
CNV-voorzitter D. Terpstra meldde dat het CNV actie gaat voeren tegen de opening van winkels op zondag 24 en 31 december. “Men vindt het blijkbaar belangrijker een kropje sla te kunnen kopen dan te genieten van de zondagsrust!” De CNV-campagne roept winkeliers en winkelpersoneel op niet te werken en de consumenten geen boodschappen te doen op deze dagen.
B. van Popta van MKB-Nederland gaf aan dat de leden van zijn organisatie sympathie hebben voor de CNV-campagne. De vraag of winkels wel of niet op zondag open moeten, speelt op decentraal niveau. Winkeliers zitten plaatselijk in een prisoner’s dilemma waardoor ze zich vaak gedwongen zien hun winkel toch op zondag open te doen.
Maatschappelijk ondernemen
Centraal in het advies De winst van waarden staat dat ondernemen als zodanig een maatschappelijke activiteit is en een onderneming daarmee een maatschappelijk instituut is in al zijn activiteiten. Maatschappelijk ondernemen omvat mede de kernactiviteiten van de onderneming en niet slechts de activiteiten die in aanvulling daarop in de samenleving worden verricht. De zorg voor de maatschappelijke effecten van het functioneren van de onderneming kan niet los worden gezien van die kernactiviteiten – het scheppen van waarde door het voortbrengen van goederen en diensten die behoeften van mensen bevredigen.
FNV-bestuurder H. Muller voerde het woord mede namens de Unie mhp. Hij stelde dat maatschappelijk ondernemen vraagt om visie en om concrete daden. Het advies gaat terecht uit van de Triple P: Profit, People, Planet. Maatschappelijk ondernemen kan veel bijdragen aan het welbevinden van mensen over de hele wereld, vond hij. Het is ook belangrijk dat het advies de OESO-richtlijnen onderschrijft als standaard voor passend gedrag in het internationale verkeer. Hij onderschreef dat wetgeving thans niet opportuun is, omdat er op dit moment betere instrumenten zijn om maatschappelijk ondernemen te bevorderen. Maar hij zei sterk te hechten aan het woordje ‘thans’ en wilde de mogelijkheid behouden om er later op terug te komen.
CNV-bestuurster mevrouw J. Westerbeek-Huitink gaf aan dat maatschappelijk ondernemen “moet, hoort en loont”. Zij wilde uitdrukkelijk geen wetgeving op dit gebied, omdat het om de verantwoordelijkheid van de bedrijven zelf gaat en wetgeving geen maatschappelijk verantwoord ondernemen teweeg zal brengen. De overheid kan het wel stimuleren door fiscale maatregelen ten aanzien van bijvoorbeeld groene spaarfondsen of in haar rol als consument of producent van bepaalde goederen. Mevrouw Westerbeek vond het belangrijk dat de ondernemingsraden worden geïnformeerd over dit SER-advies. “Want maatschappelijk verantwoord ondernemen is niet alleen een zaak van ondernemers, maar ook van werknemers.”
Namens alle ondernemersorganisaties sprak B. Wientjes (VNO-NCW). Ook hij wilde geen regelgeving op het gebied van maatschappelijk ondernemen. “Helaas heeft de Tweede Kamer daartoe wel opgeroepen middels twee moties. Ik hoop dat de Kamer dit SER-advies en de daarin aangehaalde literatuur goed op zich zal laten inwerken en ophoudt staatssecretaris Ybema met een mission impossible op pad te sturen.” Toch wilde Wientjes niet beweren dat in Nederland alles goed en af is. “We zullen veel aandacht moeten geven aan dit onderwerp in de bijeenkomsten die we met onze leden hebben. Ondernemings- en brancheorganisaties kunnen een rol spelen bij certificering in de keten en bij het afsluiten met convenanten met overheden.”
Het kroonlid mevrouw J. Cramer was blij met het advies omdat het een duidelijk overzicht geeft van de stand van zaken en het discussies verheldert en schijntegenstellingen ontzenuwt. Zo blijkt uit het advies dat het niet-relevant is in dit verband om onderscheid te maken tussen core business en niet- core business en dat de tegenstelling shareholders en stakeholders aan het vervagen is. Zij onderschreef dat het nog te vroeg is voor wettelijke regelgeving, maar verwachtte dat ondernemingen in de toekomst zullen moeten gaan rapporteren over hun activiteiten en dan zelf zullen vragen om standaardisatie.
Stelsel ziektekostenverzekeringen
Het advies over het stelsel van ziektekostenverzekeringen pleit voor een algemene zorgverzekering. De gezondheidszorg heeft een nieuw beleid nodig: aanpak van de actuele knelpunten, overgang van aanbodregulering naar vraagsturing, een modernisering van de AWBZ en de invoering van een algemene verzekering curatieve zorg. Deze algemene zorgverzekering is gebaseerd op solidariteit, waarborgt voor alle burgers de toegankelijkheid tot een breed pakket van kwalitatief hoogstaande gezondheidszorg en biedt hen mogelijkheden om zelf hun pakket samen te stellen.
J.H. Schraven , voorzitter van de VNO-NCW, prees het SER- advies. “Het Nederlandse systeem van gezondheidszorg is vastgelopen”, constateerde hij. “De discussies over een nieuwe aanpak duren al heel lang en worden langs ideologische lijnen gevoerd. Niemand wint zo’n discussie en de samenleving is de dupe van deze patstelling. Het is dus hoog tijd dat wij – spelers op het maatschappelijke middenveld – adviseren over de juiste uitweg. Met die gedachte heeft VNO-NCW zich aan deze advisering gezet.”
Schraven zei dat met het advies duidelijke compromissen zijn gesloten, maar ook duidelijke keuzes zijn gemaakt, zodat een consistent systeem is ontstaan. “Er wordt een nieuw evenwicht tot stand gebracht tussen de private en publieke verantwoordelijkheid en tussen keuzevrijheid en gedwongen solidariteit. Ook in de gezondheidszorg willen we als burgers de regie zoveel mogelijk in eigen hand hebben. Daarbij hoort dat we kunnen kiezen. Om te kunnen kiezen is meer aanbod en diversiteit nodig.” Schraven merkte op dat het van het allergrootste belang is dat de voorgestelde algemene zorgverzekering in het private domein is gesitueerd.
Ook J. de Boer , voorzitter van het MKB Nederland, ging akkoord met het SER-voorstel. Hij zag het advies niet als een afronding, maar als een aftrap voor een begin van een lang, intensief proces waarin verschillende partijen hun verantwoordelijkheid moeten nemen en aan de slag gaan. “Een gezond stelsel van gezondheidszorg en ziektekostenverzekeringen dient te worden gekenmerkt door solidariteit en toegankelijkheid, maar ook door efficiëntie en effectiviteit. Vraagsturing en keuzevrijheid zijn hierbij leidende principes. De ondernemer als consument moet er verzekerd van kunnen zijn dat hij en zijn gezinsleden naar de dokter kunnen als ze iets mankeren, ongeacht de financiële situatie van het huishouden. Negatieve inkomenseffecten behoren structureel te worden gecompenseerd.”
De Boer pleitte voor praktische, oplossingsgerichte uitwerkingen in verschillende fases. “Het nieuwe systeem moet begrijpelijk en hanteerbaar zijn voor de burger, en behapbaar voor de beleidsmakers en uitvoerders. Voor het welslagen van het model op de middellange termijn is het niet noodzakelijk dat nu ieder detail invulling krijgt.”
G.J. Doornbos , voorzitter van LTO-Nederland, vertelde dat zijn organisatie uitermate verheugd is dat er nog dit jaar een unaniem advies inzake het stelsel van ziektekostenverzekeringen kan worden uitgebracht. De transparantie van het toekomstige stelsel, alsmede de keuzevrijheid voor het individu om een eigen verzekeringspakket te kiezen, ziet LTO-Nederland als een grote stap voorwaarts. Verder is de organisatie tevreden dat de invoering van het nieuwe stelsel, volgens recente berekeningen van het Centraal Planbureau en het Sociaal en Cultureel Planbureau, niet met extra kosten voor de (agrarische) ondernemer gepaard gaat.
FNV-voorzitter L. de Waal concludeerde dat het SER-advies eindelijk uitzicht biedt op de realisatie van de doelstellingen van het FNV. Hij zag drie grote voordelen in het SER-voorstel. “Ten eerste vindt er een samenvoeging plaats van de ziekenfondsverzekering en de particuliere verzekering tot één algemene zorgverzekering. Daardoor kan de overheid de greep op de zorg laten verslappen. Ziekenhuizen en andere instellingen moeten meer ruimte krijgen om te voldoen aan de eisen van patiënten. Daarvoor is het noodzakelijk dat alle burgers wat de zorg betreft in een gelijke financiële positie verkeren. We willen immers niet terug de situatie waarin er verschil bestond in de behandeling van ziekenfondspatiënten en particuliere patiënten.”
Een tweede voordeel volgens het FNV is gelegen in het feit dat het wettelijk gegarandeerde verstrekkingspakket van de algemene verzekering alle noodzakelijke en doelmatige zorg bevat. “We raken af van de situatie waarin noodzakelijke zorg aan de vrije verzekeringsmarkt
wordt overgelaten”, aldus De Waal. Ten derde is het FNV een groot voorstander van financiering van de zorg naar draagkracht. “Het is geen geheim dat de FNV dit bij voorkeur via inkomensafhankelijke premies zou willen regelen. Maar met dit advies wil de SER politieke suggesties doen voor een compromis: inkomensafhankelijke financiering van de zorg via het belastingstelsel.”
D. Terpstra , voorzitter van de vakcentrale CNV, onderschrijft het advies en daarbij kraakte hij enkele kritische noten. Het CNV vindt dat de solidariteit moet zijn gewaarborgd in het toekomstige stelsel. Terpstra vroeg zich af of reparatie van de inkomensgevolgen via de belastingen wel duurzaam genoeg is. “Het CNV plaatst vraagtekens bij de koers van de overheid. Het CNV is bang dat komende kabinetten bij economische zwaar weer zich niet aan de beloofde inkomensreparatie via de belastingen zullen houden. Het is te gemakkelijk om daar eventuele bezuinigingen weg te halen. Om dat te voorkomen is een wettelijke verankering van deze reparaties noodzakelijk. Op deze wijze is in de toekomst de reparatie van negatieve inkomenseffecten niet alleen op robuuste maar ook op duurzame wijze gewaarborgd.” Terpstra was dan ook tevreden over het amendement op het ontwerpadvies. Daarin wordt gesproken van een wettelijke verankerde jaarlijkse aanpassing van de heffingskortingen en van de negatieve aanslag voor de inkomstenbelasting mede op basis van de ontwikkeling van de kosten van de algemene zorgverzekering.
Terpstra stelde verder dat het CNV voorstander is van het opnemen van de huisartsenzorg in de basispolis. “De huisarts is de poortwachter van onze gezondheidszorg en vertrouwenspersoon van velen. Het mag niet zo zijn dat mensen om financiële redenen geen gebruik gaan maken van deze essentiële basiszorg.” Het CNV is dan ook blij met het aangenomen amendement: de SER is zich ervan bewust dat als een verzekerde meer voor eigen rekening neemt, dit met name voor de sociale minima tot financiële problemen kan leiden. De raad ziet voor deze groep mensen een voor de overheid weggelegd, zonder dat dit de keuzevrijheid ten aanzien van het verzekerde pakket in de voorgestelde algemene zorgverzekering beperkt. Met het amendement heeft de huisartsenzorg een goede plaats in het advies gekregen, aldus Terpstra.
Toch zag ook Terpstra voldoende redenen om in te stemmen met het SER-advies. “Een basisstelsel voor iedere Nederlander is al heel lang een diepgekoesterde wens van het CNV. Wij wilden solidariteit tussen leeftijd en risicogroepen. Dit ontwerpadvies komt daarin in voldoende mate tegemoet.”
Ook de Unie MHP had lovende woorden voor het SER-advies. Voorzitter A.H. Verhoeven zei het belangrijk te vinden dat de SER op dit onderwerp een unaniem advies uitbrengt. “Zo’n gevoelig dossier heeft per definitie het karakter van een compromis. Vandaag wordt de kracht van de SER nog eens bevestigd. De tegenstellingen over dit onderwerp waren aanvankelijk erg groot: van brede volksverzekering met grotendeels inkomensafhankelijke premies tot een private verzekering met maximale vrijheid voor de verzekeraars. Als de politieke partijen en een volgend kabinet verstandig zijn, nemen ze in het regeerakkoord dit bereikte compromis integraal over. Zonder een onderdeel te wijzigen omdat daarmee het bouwwerk en het draagvlak wegzakken.”
De kroonleden R.L.O. Linschoten, prof.dr. C. van Ewijk en prof.dr. K.P. Goudswaard toonden zich tevreden over het bereikte voorstel.
Linschoten achtte het een sterke prestatie dat een langdurig proces tot een goed einde was gebracht. Hij benadrukte dat de voorgestelde compenserende maatregelen gericht moeten zijn op de verschuiving in de solidariteitsverhoudingen. Ook wees hij erop dat de zorgverzekeraars met de voorgestelde algemene zorgverzekering producten kunnen aanbieden gericht op reïntegratie van zieke en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemers.
Van Ewijk noemde het advies evenwichtig en goed doordacht. “Het is zeker een stap in de goede richting.” Wel plaatste hij enkele kanttekeningen bij de mogelijkheden om te komen tot een doelmatiger stelsel. “Het is een complex onderwerp met veel haken en ogen. Het gaat om een moeilijk meetbaar product, er is op de markt zelf sprake van grote kennisongelijkheid en het is bovendien een heel emotionele markt. We moeten niet denken dat we nu van de hel van de aanbodregulering naar de hemel van de vraagsturing gaan.”
Goudswaard wees op de mogelijke invloed van de Europese wetgeving op de inrichting van het Nederlandse ziektekostenstelsel. “Daarover kunnen we op dit moment heel weinig zeggen.” Wel was hij van oordeel dat de voorgestelde algemene zorgverzekering binnen het stelsel van sociale zekerheid moet worden gesitueerd. Goudswaard toonde zich verheugd over de berekeningen waaruit blijkt dat de solidariteit binnen het systeem overeind kan worden gehouden. Ook benadrukte hij dat de huisartsenzorg onderdeel is van de voor iedereen toegankelijke standaardpolis.
Het slotwoord was voor SER-voorzitter H. Wijffels . Hij noemde de unanieme vaststelling van het advies “een prachtige finale van ons jubileumjaar”.
Noot voor de redactie
Voor meer informatie: Mariek de Valk, 070-3499648.