Home | Actueel | Persberichten | 2000-2009 | 2000 | Ontwerpadvies SER over gezondheidszorg: pleidooi voor een algemene zorgverzekering

Ontwerpadvies SER over gezondheidszorg: pleidooi voor een algemene zorgverzekering

5 december 2000

Gezondheidszorg heeft nieuw beleid nodig: aanpak van actuele knelpunten, overgang van aanbodregulering naar vraagsturing, modernisering van de AWBZ en invoering van een algemene verzekering curatieve zorg. Deze algemene zorgverzekering is gebaseerd op solidariteit, waarborgt voor alle burgers de toegankelijkheid tot een breed pakket van kwalitatief hoogstaande gezondheidszorg en biedt hen mogelijkheden om zelf hun pakket samen te stellen.

Deze voorstellen staan in het ontwerpadvies Toekomst stelsel van ziektekostenverzekeringen dat de SER in zijn openbare raadsvergadering van vrijdag 15 december a.s. gaat behandelen. Het is een reactie op de vraag van de minister van VWS om advies over de solidariteit in het stelsel van ziektekostenverzekeringen. Het ontwerpadvies is opgesteld door de Werkgroep Ziektekostenverzekeringen van de Commissie Sociale Zekerheid. Voorzitter van de werkgroep is prof. dr. A. H. J. Kolnaar.

Noodzaak herziening huidig stelsel
Het huidige stelsel van ziektekostenverzekeringen en gezondheidszorg voldoet niet meer aan de eisen van deze tijd, aldus het ontwerpadvies. Het stelsel is nauwelijks meer in staat om noodzakelijke solidariteitsoverdrachten te realiseren. Dit probleem zal de komende jaren verergeren: prognoses laten namelijk zien dat de totale kosten van de gezondheidszorg door de toenemende vergrijzing fors zullen stijgen. Binnen het bestaande systeem is er ook te weinig ruimte voor individuele voorkeuren van consumenten. Actuele knelpunten zoals de wachtlijsten, de personeelstekorten en de verschraling van de zorg vragen eveneens om een spoedige modernisering van het stelsel.

Om het hoofd te bieden aan huidige en toekomstige problemen wordt in het ontwerpadvies een nieuwe koers aanbevolen. De vraag naar zorg van patiënten en consumenten dient voortaan het aanbod te bepalen. De verzekerde krijgt daarom meer vrijheid om zelf zijn zorgverzekeraar, polis en zorgaanbieders te kiezen. Zorgverzekeraars en zorgaanbieders moeten ook meer eigen verantwoordelijkheid dragen, hoewel de eindverantwoordelijkheid voor de toegankelijkheid en kwaliteit bij de overheid blijft liggen. Het nieuwe stelsel moet vooral toekomstbestendig, sociaal en solide zijn.

Algemene zorgverzekering
In het ontwerpadvies wordt een algemene verzekering curatieve zorg voorgesteld die in 2005 moet zijn ingevoerd. Deze algemene zorgverzekering vervangt onder meer de Ziekenfondswet, de ziektekostenregelingen voor ambtenaren en de particuliere ziektekostenverzekeringen.
Met de algemene zorgverzekering krijgen verzekerden verschillende keuzemogelijkheden. Zij bepalen zelf bij wie ze de verzekering afsluiten. Bovendien kan iedereen zich verzekeren voor de standaardpolis. Deze polis geeft recht op een uitgebreid pakket met alle vormen van gepaste zorg. Dit komt grotendeels overeen met het huidige ziekenfondspakket, uitgebreid met onder andere het eerste jaar verpleeghuiszorg en thuiszorg (nu in de AWBZ) en tandartsenzorg voor volwassenen (nu in de aanvullende verzekeringen). Zorgverzekeraars zijn verplicht om iedereen voor de standaardpolis te accepteren.
Verzekerden kunnen kiezen voor een kleiner pakket. Iedereen is echter verplicht zich te verzekeren voor de kostbare vormen van zorg, zoals het bezoek aan een specialist, het verblijf in een ziekenhuis, de aanschaf van dure medicijnen en de verpleeghuis- en thuiszorg die meer dan drie maanden maar korter dan een jaar duurt. Deze zorgvormen zijn opgenomen in een basispolis. Verder voorziet de algemene zorgverzekering in polissen tussen de standaard- en de basispolis.
Verzekerden hebben ook keuzevrijheid ten aanzien van de omvang van het eigen risico. Het verplichte eigen risico bedraagt tweehonderd gulden; uitbreiding van dit eigen risico is mogelijk tot maximaal duizend gulden per polis met één volwassene en maximaal tweeduizend gulden per polis met twee of meer volwassenen.

Bij de financiering van de algemene zorgverzekering moet sprake zijn van een zo groot mogelijke mate van risicosolidariteit en van een vergelijkbare mate van inkomenssolidariteit als onder het huidige stelsel van ziektekostenverzekeringen. De algemene zorgverzekering wordt betaald uit volledig nominale premies, die kunnen verschillen per zorgverzekeraar. Bij de premiestelling moet solidariteit tussen mensen met gunstige risico’s en mensen met hoge gezondheidsrisico’s zijn gegarandeerd. Daartoe zijn de nominale premies voor een standaardpolis met 200 gulden eigen risico voor iedere verzekerde bij een zorgverzekeraar gelijk (doorsneepremies); zij zijn dus niet afhankelijk van de leeftijd of het risicoprofiel van de verzekerde. Ook geldt er een systeem van risicoverevening waaraan alle zorgverzekeraars moeten deelnemen. Zo nodig kan de overheid extra solidariteit organiseren door zorgverzekeraars een premiebandbreedte op te leggen.
De solidariteit tussen mensen met hoge en mensen met lage inkomens krijgt gestalte via het belastingstelsel. In het ontwerpadvies wordt een evenwichtige mix van onder meer de volgende instrumenten voorgesteld: invoering van inkomensafhankelijke zorg- of heffingskortingen; handhaving dan wel aanpassing van het regime van de fiscale aftrekbaarheid van buitengewone ziektekosten; generieke, nominale verhoging van belastingkortingen (algemene heffingskorting, aanvullende kinderkorting en ouderenkorting); een jaarlijkse aanpassing van de heffingskortingen mede op basis van de ontwikkeling van de kosten van de algemene zorgverzekering; invoering van een negatieve aanslag voor de inkomstenbelasting. Met deze instrumenten kunnen en moeten ook de negatieve inkomenseffecten van de invoering van de algemene zorgverzekering structureel worden gerepareerd. Deze reparatie wordt grotendeels betaald met het geld dat momenteel is gemoeid met de rijksbijdrage ZFW (ongeveer zeven miljard gulden).

Modernisering AWBZ
De Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten is in zijn huidige vorm niet geschikt voor de toekomst, omdat het aanbod onvoldoende aansluit op de vraag van patiënten. Voorgesteld wordt om het pakket van de AWBZ te moderniseren. Zo hoeft huisvesting in de toekomst niet langer uit deze verzekering te worden betaald. Daarnaast moet zorg die korter duurt dan een jaar worden overgeheveld naar de algemene zorgverzekering.

Vraagsturing
Ten slotte wordt voorgesteld geleidelijk over te stappen van het huidige model van aanbodregulering naar vraagsturing, concurrentie en marktwerking. Wat de algemene zorgverzekering betreft moeten zorgverzekeraars onderling concurreren en hun positie versterken om in opdracht van hun verzekerden overeenkomsten te sluiten met zorgaanbieders over de prijs, het volume, de kwaliteit en de doelmatigheid van de zorg. De mogelijkheden die zij daarvoor reeds hebben moeten aanmerkelijk worden verruimd. Om vraagsturing in de AWBZ mogelijk te maken is uitbreiding van het instrument van persoonsgebonden financiering op korte termijn noodzakelijk.


Noot voor de redactie:
Voor nadere informatie: Lourens Kluitenberg, tel. 070-3499649.