Home | Actueel | Persberichten | 2000-2009 | 2000 | SER voltooit hergroepering bedrijfscommissies

SER voltooit hergroepering bedrijfscommissies

21 november 2000

De hergroepering van de bedrijfscommissies, waartoe de Bestuurskamer van de Sociaal-Economische Raad (SER) in oktober 1998 besloot, is voltooid. Bedrijfscommissies vervullen een belangrijke bemiddelende rol in geval van een conflict tussen een ondernemingsraad en een ondernemer. Door de hergroepering is het aantal bedrijfscommissies teruggebracht van 68 naar 27.

De Bestuurskamer maakte een begin met de hergroepering in oktober 1998, als reactie op het verzoek aan de SER van toenmalig minister Melkert van Sociale Zaken en Werkgelegenheid om te bezien hoe het functioneren van de bestaande bedrijfscommissies kon worden verbeterd. De minister haakte hierbij in op de uit onderzoek naar voren gekomen conclusie dat een groot aantal bedrijfscommissies niet naar behoren functioneerde. Een verbetering van de effectiviteit en efficiency van het werk van de bedrijfscommissies zou kunnen worden bereikt door het aantal sterk terug te dringen.

De taken van bedrijfscommissies zijn omschreven in de Wet op de ondernemingsraden (WOR). Belangrijkste taak betreft het bemiddelen en zonodig adviseren tussen ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging en ondernemer in geval van een geschil over de naleving van de bepalingen van de WOR. Voordat een dergelijk geschil aan de kantonrechter kan worden voorgelegd, tracht eerst de bedrijfscommissie tot een minnelijke schikking te komen. Indien dat niet lukt wordt een advies opgesteld, waarmee men zich vervolgens tot de kantonrechter kan wenden. Overige taken zijn onder meer het informeren en adviseren over de uitvoering van de WOR, en het uitoefenen van bepaalde administratieve taken. Sommige bedrijfscommissies richten zich daarnaast op het bevorderen van het oprichten van ondernemingsraden in de sector. Voor iedere ondernemingsraad is er een bevoegde bedrijfscommissie. De leden van bedrijfscommissies worden benoemd door de representatieve organisaties van ondernemers en van werknemers in de sector. De SER wijst deze organisaties aan.

Sinds de inwerkingtreding van de WOR in 1950 heeft de SER, op gezamenlijk verzoek van ondernemers- en werknemersorganisaties in specifieke bedrijfstakken en beroepssectoren, vele bedrijfscommissies ingesteld. Zo bestonden er ooit bedrijfscommissies voor het Kaaspakhuisbedrijf en voor de Knopenindustrie. In 1998 bedroeg het totale aantal bedrijfscommissies 68. De wijze van functioneren liep nogal uiteen: sommige waren zeer actief, andere kregen slechts zeer zelden een bemiddelingsverzoek en leidden een min of meer slapend bestaan.

In oktober 1998 besloot de Bestuurskamer de hergroepering gestalte te geven door het aantal bedrijfscommissies te reduceren. Door bedrijfscommissies op te heffen of samen te voegen zou het aantal ten minste moeten worden gehalveerd.
Na constructief overleg met de bestaande bedrijfscommissies en de daarbij betrokken ondernemers- en werknemersorganisaties kon tenslotte begin 2000 een groot aantal van de nieuwe bedrijfscommissies van start gaan. Enkele daarvan hebben door fusies een flinke omvang gekregen, zoals de bedrijfscommissies voor de Industrie, voor de Voeding en voor Vervoer en Logistiek.
Voor enkele bedrijfscommissies was meer tijd nodig. Per 1 november zijn ook de instellingsbesluiten van de bedrijfscommissies voor het Ziekenhuiswezen, voor Gesubsidieerde Arbeid (WSW/WIW-instellingen), voor Handel en Industrie in Vee, Eieren en Pluimvee en voor de Dienstverlening in werking getreden. Met name de bedrijfscommissie voor de Dienstverlening is omvangrijk; behalve een vijftal oude bedrijfscommissies ging ook een groot gedeelte van het adressenbestand van de Algemene Bedrijfscommissie (‘ABC’) hierin op.
De ABC, waarvan het secretariaat is gevestigd bij de SER, is reeds vanouds de bedrijfscommissie voor de restgroepen. De commissie bezat een zeer groot bestand van ondernemingen die niet waren ingedeeld onder één van de andere bedrijfscommissies. Ruim de helft daarvan bleek in het kader van de hergroepering te kunnen worden ingedeeld bij andere bedrijfscommissies, met name in branches die zijn ondergebracht bij de bedrijfscommissie voor de Dienstverlening (zoals accountancy, automatisering, makelaardij, telecommunicatie, uitzendbureaus).

Met de instelling per 1 november 2000 van de genoemde bedrijfscommissies is de hergroepering in feite voltooid. Slechts een formeel besluit moet nog worden vastgesteld om een aantal bedrijfschappen – publiekrechtelijke lichamen op grond van de Wet op de bedrijfsorganisatie – wederom als bedrijfscommissie aan te wijzen. Ook zal in het instellingsbesluit van de ABC een enkele formele wijziging worden aangebracht. Hiermee is het huidige aantal bedrijfscommissies op 27 gekomen.

Naar de mening van de Bestuurskamer dient het aantal van 27 als voorlopig cijfer te worden gezien. De nieuwe indeling zal over vier jaar worden geëvalueerd, hetgeen tot nieuwe aanpassingen aanleiding kan geven. Volgens de Bestuurskamer “is bepaald niet uitgesloten dat gaandeweg het inzicht ontstaat dat verdere clustering noodzakelijk is”.
Daarnaast heeft de hergroeperingsoperatie zelfstandige ontwikkelingen in gang gezet. Het is mogelijk dat op eigen initiatief van ondernemers- en werknemersgeledingen in de diverse sectoren nieuwe fusies van bedrijfscommissies zullen worden voorgesteld, bijvoorbeeld in de zorgsector.

Om het functioneren van bedrijfscommissies verder te verbeteren beraadt de Bestuurskamer zich momenteel op mogelijke wijzigingen in de SER-verordening op de bedrijfscommissies van 1971.

Op de internetsite van de SER is informatie te vinden met betrekking tot de hergroepering van de bedrijfscommissies en de andere taken van de SER op het terrein van de WOR.


Noot voor de redactie
Voor nadere informatie: Mariek de Valk, tel. 070-3499648