15 september 2000
De SER heeft vandaag drie unanieme adviezen vastgesteld. Deze hebben betrekking op de Meerjarennota emancipatiebeleid, Toekomstgericht woonbeleid en over Grondbeleid voor nieuwe bouwlocaties
Meerjarennota emancipatiebeleid
Het advies over de Meerjarennota emancipatiebeleid stelt dat vrouwen èn mannen ruimte moeten krijgen om hun eigen voorkeuren voor de onderlinge verdeling van arbeid en zorgtaken te realiseren. Dit kan ertoe leiden dat individuele arbeidspatronen gedurende de levensloop variëren en onderbrekingen vertonen. Dergelijke aspecten van ‘diversiteit’ en ‘levensloop’ verdienen meer aandacht in het emancipatiebeleid voor het komende decennium. Het advies is voorbereid door de Commissie Arbeidsmarktvraagstukken, onder voorzitterschap van prof. dr. J.M.G. Leune. Het is een reactie op een adviesaanvraag van staatssecretaris Verstand van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 3 april 2000.
Mevrouw drs. C.E. Roozemond (FNV) voerde het woord namens alle vakcentrales. Zij sprak haar teleurstelling uit over de weinig concrete nota. Het SER-advies heeft meer body en zeggingskracht, vond ze. Ze onderstreepte de wenselijkheid van het ontwikkelen van zowel het combinatie- (van arbeid en zorg) als het uitbestedingsmodel (waarbij zorgtaken worden uitbesteed), waar het kabinet het combinatiemodel "bijna doodknuffelt". Op één punt sprak ze louter voor de FNV, het ombouwen van voorzieningen die het alleenverdienerschap ondersteunen naar voorzieningen die de combinatie van arbeid en zorg bevorderen. Voorzieningen voor alleenverdieners werpen een drempel op voor lager opgeleide vrouwen die willen gaan werken, maar ondersteunen tegelijkertijd de draagkracht van juist de lage inkomens. Volgens de FNV kan dit dilemma het best worden opgelost door de individuele heffingskorting te verhogen naar 960 gulden per maand voor iedereen die zich beschikbaar stelt voor de arbeidsmarkt.
Het kroonlid mevrouw drs. L.S. Groenman vond dat mensen wel in alle vrijheid "aan de keukentafel" moeten kunnen kiezen of ze al of niet gaan werken, maar dat de vraag moet worden gesteld of de gevolgen van die keuze moeten worden gecompenseerd door de overheid. Misschien moet er wel een volksverzekering komen tegen nieuwe sociale risico’s, opperde ze. Ook stelde ze voor in navolging van de Commissie Dagindeling een Commissie Levensloopbeleid in te stellen.
Namens alle ondernemerscentrales sprak ing. D. Duijzer . Hij vond dat we verder moeten werken aan een samenleving waarin noodzakelijke wet- en regelgeving leidt tot activering en burgers hun eigen keuzen kunnen maken gedurende hun levensloopbaan zonder dat de negatieve consequenties van deze keuzen op ondernemingen of de samenleving worden afgewenteld. Verder was hij van mening dat de nota te weinig aandacht besteedde aan het mogelijkheid om zorgtaken op grotere schaal uit te besteden.
Toekomstgericht woonbeleid
Het advies Toekomstgericht woonbeleid pleit voor differentiatie in de huren naar kwaliteit en lokale omstandigheden. Zo’n huurprijsbeleid is nodig om kwaliteitsverbetering van huurwoningen te bevorderen. Het kabinet moet terughoudend zijn met algemene streefcijfers voor eigenwoningbezit. Het advies is voorbereid door een ad hoc subcommissie onder voorzitterschap van prof.dr. L.F. van Muiswinkel. Het is een reactie op een adviesaanvraag van staatssecretaris Remkes van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 6 juni 2000.
MKB-Nederland-voorzitter drs. J. de Boer voerde het woord namens alle ondernemerscentrales. Hij was tevreden met het advies, maar plaatste toch nog enkele kanttekeningen. Zo pleitte hij voor afschaffing van de overdrachtsbelasting ("een soort verhuisboete"), voor een stedelijke revival (kwaliteitsverbetering in de stedelijke woningvoorraad) en voor het slechten van drempels die de doorstroming frustreren. Over woon vouchers was hij sceptisch; hij zag meer in een subsidieregeling ter bevordering van het eigenwoningbezit.
Het kroonlid prof.dr. C. van Ewijk (Centraal Planbureau) vond dat het woonbeleid een fundamentele aanpak nodig heeft. Opvolging van het SER-advies zorgt voor "een nuttige opknapbeurt", maar nog beter zou het zijn als een "verbouwing" in gang werd gezet. Daarbij moet worden gekeken of de regelingen en instituties nog efficiënt zijn onder de huidige omstandigheden. Hij dacht ondermeer aan de bijzondere positie van woningcorporaties ("hybride instituties") en aan de verhouding woonbeleid – inkomensbeleid en aan de vergelijking van de behandeling van huren en kopen. Van Ewijk waarschuwde voor het gevaar van een star koppelingsmechanisme zoals die van de jaarlijkse huurstijging aan de inflatie.
CNV-bestuurder K.I. van Splunder , die namens alle vakcentrales sprak, noemde twee voor de vakcentrales belangrijke punten uit het advies: de grotere aandacht voor tussenvormen van huren en kopen en de aanbeveling om de gemiddelde huurprijsstijging af te stemmen op de algemene prijsontwikkeling. Hij onderstreepte de grote betekenis van de individuele huursubsidie voor een rechtvaardiger inkomensverdeling. Koppeling van de huurontwikkeling aan de algemene prijsontwikkeling zal de armoedeval verlichten, omdat de inkomensontwikkeling doorgaans de prijsontwikkeling zal overtreffen.
Grondbeleid voor nieuwe bouwlocaties
Het briefadvies over het grondbeleid voor nieuwe bouwlocaties doet aanbevelingen om de samenwerking of onderhandelingen tussen de gemeente en private partijen bij de ontwikkeling van nieuwe bouwlocaties te verbeteren. Het is voorbereid door een werkgroep van de Commissie Ruimtelijke Inrichting en Bereikbaarheid onder voorzitterschap van prof.dr. L.F. van Muiswinkel.
Namens alle ondernemerscentrales onderstreepte mr.drs. L.C. Brinkman het grote belang van het advies, omdat de kostentoerekening in de praktijk "al jaren tot veel discussie en onenigheid leidt". Het gaat erom dat wettelijk wordt vastgelegd welke kosten wel en welke niet ten laste van het project mogen worden gebracht. Door te berekenen kosten moeten vantevoren worden vastgelegd op een lijst van 'geldelijke regelingen' voor de planexploitatie. Ook moet de risicoverdeling bij kostenoverschrijdingen worden overeengekomen. Hij merkte verder op dat het niet alleen het bedrijfsleven is dat ertoe bijdraagt dat zaken op de grondmarkt niet altijd gaan zoals ze moeten gaan. Ook de overheid zelf kan het nodige aan verbetering bijdragen; zo voeren verschillende departementen onafhankelijk van elkaar een eigen grondbeleid.
Het kroonlid prof.dr. C. van Ewijk noemde het advies “een belangrijke stap in de goede richting”. Het geeft een lijn aan die in de toekomst moet worden doorgetrokken, want veel problemen worden afgeschoven op het ruimtelijke ordeningsbeleid. Zo zijn er spanningen over de vraag wie er deelt in de opbrengsten van grond bij bestemmingswijziging. Hij pleitte voor meer marktconforme prijzen, omdat dit de helderheid ten goede komt.
Noot voor de redactie
Voor meer informatie: Mariek de Valk, 070-3499648.