6 september 2000
Een huurprijsbeleid dat meer ruimte geeft voor differentiatie dan staatssecretaris Remkes voorstelt in zijn Ontwerpnota Wonen is, nodig om kwaliteitsverbetering van huurwoningen te bevorderen. Het kabinet moet terughoudend zijn met algemene streefcijfers voor eigenwoningbezit. Huursubsidie is en blijft kerninstrument voor lage inkomens.
Dit staat in een ontwerpadvies1 over de Ontwerpnota Wonen dat de raad op vrijdag 15 september zal bespreken. Het is voorbereid door een ad hoc subcommissie onder voorzitterschap van prof.dr. L.F. van Muiswinkel. Het is een reactie op een adviesaanvraag van staatssecretaris Remkes van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 6 juni 2000. Het ontwerpadvies beperkt zich tot de inkomens(distributieve) aspecten van wonen en schenkt daarbij speciaal aandacht aan mensen in kwetsbare posities.
Uitgangspunten
Het ontwerpadvies onderschrijft de drie principes van de Ontwerpnota: meer keuzevrijheid, aandacht voor maatschappelijke waarden en een betrokken overheid bij een beheerste marktwerking. Het is een belangrijke uitdaging individuele woonwensen en maatschappelijke belangen en waarden op een goede manier met elkaar te verenigen. Kwaliteit en toekomstwaarde moeten daarbij een belangrijk richtsnoer vormen.
Huurprijsbeleid
De SER-commissie ondersteunt een huurprijsbeleid waarbij de huren gemiddeld genomen de inflatie volgen, onder de voorwaarde dat een bandbreedte rondom het gemiddelde voldoende ruimte laat voor differentiatie naar lokale omstandigheden. Bij verhoging van de kwaliteit van een woning moet bovendien een hogere huurprijsstijging mogelijk zijn. Zo worden verhuurders niet belemmerd te investeren in hun aanbod.
Het huurprijsbeleid moet niet worden vastgelegd tot 2010, zoals de Ontwerpnota Wonen voorstelt, maar per kabinetsperiode worden afgestemd op de verwachte economische ontwikkelingen.
Huren en kopen
Het ontwerpadvies bepleit terughoudendheid bij het hanteren van streefcijfers op macroniveau voor eigenwoningbezit. De vrije keuze van de individuele burger voor huren of kopen moet voorop staan. Een kwalitatief goede en omvangrijke huursector blijft ook in de toekomst gewenst, niet alleen voor mensen in kwetsbare posities.
Voor lagere inkomensgroepen kunnen daarnaast tussenvormen van huren en kopen een belangrijk alternatief zijn voor een koopwoning met volledig eigendom. In een tussenvorm kunnen de voordelen van huren en kopen worden gecombineerd en de risico’s voor mensen worden verminderd.
Huursubsidie en woonvouchers
Huursubsidie is en blijft het kerninstrument om mensen met een laag inkomen goede huisvesting te garanderen, zo is de SER-commissie het met de Ontwerpnota Wonen eens. Aan de huidige huursubsidieregeling kleven echter ook nadelen, zoals de bijdrage aan de armoedeval, stijgende uitgaven en een verstoorde marktwerking. In de Ontwerpnota Wonen worden woonvouchers geïntroduceerd als alternatief voor de huursubsidie.
Een woonvoucher is een vast bedrag (op basis van inkomen, vermogen en samenstelling van het huishouden) dat de houder naar eigen inzicht aan wonen kan besteden. De woningkeuze is in principe volledig vrij; de waarde van de voucher is onafhankelijk van de feitelijke woonlasten. Met een voucher ondervindt een huurder zelf het financiële voor- of nadeel van zijn keuze voor een goedkope of dure woning. Deze versterking van het profijtbeginsel kan, volgens de commissie, ook worden gerealiseerd door een aanpassing in de huidige huursubsidiesystematiek. De in de Ontwerpnota aangekondigde vrijwillige experimenten met vouchers kunnen evenwel nuttig zijn, aldus het ontwerpadvies.
1Het gaat om een ontwerpadvies. De opvattingen die hier worden weergegeven, zijn die van de commissie van voorbereiding.
Noot voor de redactie
Voor nadere informatie: Mariek de Valk, tel. 070-3499648