Home | Actueel | Persberichten | 2000-2009 | 2000 | Advies SER-commissie: Europese Unie moet partij worden bij Europees Verdrag Rechten van de Mens en Europees Sociaal Handvest

Advies SER-commissie: Europese Unie moet partij worden bij Europees Verdrag Rechten van de Mens en Europees Sociaal Handvest

7 juni 2000

De Europese Unie (EU) moet uiteindelijk toetreden tot de Raad van Europa en partij worden bij het Europees Verdrag van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) en het Europees Sociaal Handvest (ESH). Als tussenstap moet de EU alvast artikel 6 van het EU-Verdrag uitbreiden met een verwijzing naar het ESH en naar de grondrechtelijke IAO-verdragen uit de Verklaring van 1998. De aanpassing van artikel 6 van het EU-Verdrag heeft tot gevolg dat landen die willen toetreden tot de EU de grondrechten moeten onderschrijven die staan in het EVRM, het ESH en de kernverdragen van de IAO (de wereldwijde Internationale Arbeidsorganisatie).

Dat staat in een advies eigener beweging van de SER-Commissie Internationale Sociaal-Economische Aangelegenheden dat vandaag is uitgebracht aan minister Van Aartsen en staatssecretaris Benschop van Buitenlandse Zaken. Het is opgesteld door een werkgroep onder voorzitterschap van prof.mr. P.F. van der Heijden. Aanleiding voor het advies was het initiatief van de Europese regeringsleiders tijdens de Europese Raad van Keulen (juni 1999) om een handvest van grondrechten van de EU op te stellen. Het advies concentreert zich op de sociaal-economische aspecten.

De commissie doet een drietal aanbevelingen. De eerste betreft het uiteindelijke doel dat de commissie voorstaat: dat de Europese Unie toetreedt tot de Raad van Europa en partij wordt bij het EVRM en het ESH. Met deze 'laatste logische stap' zou het gemeenschappelijke domein van grondrechten in Europa - dat geleidelijk is ontwikkeld na de Tweede Wereldoorlog - definitief gestalte krijgen.
De tweede aanbeveling gaat over een tussenstap die de EU op korte termijn moet zetten, omdat het einddoel niet zo snel bereikt kan worden. Als tussenstap beveelt de commissie aan artikel 6 van het EU-verdrag uit te breiden met een verwijzing naar het Europees Sociaal Handvest en naar de grondrechtelijke IAO-verdragen uit de Verklaring van 1998. Op deze wijze erkent de Europese Unie voluit dat zij het gemeenschappelijke domein van grondrechten in Europa tot de "algemene beginselen van het Gemeenschapsrecht" rekent. Daarmee ontstaat meer duidelijkheid voor de burgers in de Europese Unie over hun grondrechten.
In de derde aanbeveling geeft de commissie aan dat aanpassing van artikel 6 van het EU-verdrag als logische consequentie heeft dat landen die willen toetreden tot de Europese Unie de grondrechten moeten onderschrijven die staan in het EVRM, het ESH en de grondrechtelijke verdragen van de IAO. Zolang een kandidaat-lidstaat zich niet aan deze verdragen onderwerpt, mag deze geen lid van de EU worden.


Noot voor de redactie
Voor nadere informatie: Mariek de Valk, tel 070-3499648.