2 mei 2000
De SER gaat onder voorwaarden akkoord met het voorstel van minister Borst en staatssecretaris Hoogervorst tot herstructurering van de productwetgeving. Een van de voorwaarden is dat het bestaande beschermingsniveau van werknemers niet wordt aangetast.
Dat staat in een advies dat de Commissie Arbeidsomstandigheden namens de SER heeft uitgebracht. Voorzitter van de Commissie Arbeidsomstandigheden is prof.mr. H. Franken. Het is een reactie op een adviesaanvraag van staatssecretaris Hoogervorst van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) van 30 november 1999 over een (ontwerp-) wetsvoorstel tot wijziging van de Warenwet. Met het wetsvoorstel willen de bewindslieden de productwetgeving van de departementen van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (i.c. de Warenwet) en van SZW (i.c. de Wet gevaarlijke werktuigen en de Stoomwet) integreren. Dit is een gevolg van een kabinetsbesluit van 20 augustus 1997 om te komen tot een beperkte productwet. De SER werd gevraagd voor zijn advies in het bijzonder te kijken naar de gevolgen van het wetsvoorstel voor de SZW-productwetgeving. Het advies gaat niet in op de gevolgen voor de consument.
De commissie is het eens met de staatssecretaris dat het wetsvoorstel een eenduidige en heldere structuur schept voor de implementatie van EU-productrichtlijnen. De huidige verantwoordelijkheidsverdeling tussen de betrokken bewindslieden blijft in de nieuwe wet gehandhaafd; de commissie gaat ervan uit dat zij ook in de toekomst gevraagd zal worden te adviseren over op haar beleidsterrein liggende wijzigingen, ongeacht de bewindspersoon die er verantwoordelijk voor is. Ook wil zij op tijd geïnformeerd worden over Europese regelgeving, ook als deze voor de nationale overheden weinig beleidsruimte overlaat. Verder is de commissie van mening dat de nieuwe wet beter niet langer Warenwet kan worden genoemd, omdat deze benaming verwarrend kan werken. Soortgelijke bezwaren heeft de commissie tegen het aanvankelijke kabinetsplan om de nieuwe wet ‘Productwet’ te noemen.
Tot slot pleit de commissie voor een tijdige en adequate voorlichting over deze wetgevingsoperatie aan alle betrokkenen, onder meer via brochures en Internet.