Home | Actueel | Persberichten | 1998-1999 | 1999 | SER-commissie Ruimtelijke Inrichting en Bereikbaarheid in ontwerpadvies: excellent vestigingsklimaat belangrijke leidraad voor ruimtelijk-economisch beleid

SER-commissie Ruimtelijke Inrichting en Bereikbaarheid in ontwerpadvies: excellent vestigingsklimaat belangrijke leidraad voor ruimtelijk-economisch beleid

19 november 1999

De zorg voor een "excellent vestigingsklimaat" zal ook in de Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening een belangrijk aandachtspunt moeten zijn. Die zorg moet dan passen in een brede benadering die selectief, doelmatig en toekomstgericht omgaan met de schaarse ruimte bevordert.

Dit staat in een ontwerpadvies1 over de Nota Ruimtelijk Economisch Beleid (Nota REB) van staatssecretaris Ybema van Economische Zaken. Op 15 juni had de staatssecretaris de SER om een reactie op hoofdlijnen gevraagd. De SER zal het ontwerpadvies op vrijdag 17 december bespreken. Het ontwerpadvies is opgesteld door de Commissie Ruimtelijke Inrichting en Bereikbaarheid, onder voorzitterschap van SER-voorzitter dr. H.H.F. Wijffels. In deze commissie hebben naast werkgevers, werknemers en onafhankelijke deskundigen tevens deskundigen uit de kring van natuur- en milieuorganisaties zitting.

De commissie plaatst het commentaar op de Nota REB duidelijk in het perspectief van de volgend jaar te verschijnen Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening, en bouwt daarbij voort op het recente SER-advies over de Startnota Ruimtelijke Ordening en de Perspectievennota Verkeer en Vervoer.

Brede, toekomstgerichte benadering nodig

Centraal in de Nota REB staat de zorg voor een "excellent vestigingsklimaat". De commissie meent dat dit ook in de Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening een belangrijk aandachtspunt moet zijn. De Vijfde Nota zal evenwel een bredere invalshoek en een langere tijdshorizon hanteren dan de Nota REB (die niet verdergaat dan 2010). Dit is belangrijk, aldus de commissie, omdat er sprake is van rivaliserende claims op schaarse ruimte en bepaalde bestemmingen van de grond aanzienlijke externe effecten kunnen hebben. Bovendien hebben ruimtelijke investeringen een lange levensduur waardoor de ruimte vaak voor langere tijd is vastgelegd en soms zelfs onomkeerbaarheden optreden. Toekomstige besluitvorming over woon- en werklocaties, over corridorontwikkelingen en over de mainports zal daarom blijk moeten geven van een brede, toekomstgerichte benadering. De toekomst is fundamenteel onzeker. Toch moeten er nu al belangrijke keuzen worden gemaakt die tot in de verre toekomst doorwerken. Daarvoor is een verkenning van mogelijke en wenselijke trendbreuken van belang. Een toekomstgericht ruimtelijk-economisch beleid houdt rekening met de mogelijkheid van trendbreuken en schept voorwaarden voor het optreden van maatschappelijk gewenste trendbreuken.

Flexibiliteit, maatwerk en samenhang

De commissie onderschrijft het belang van de uitgangspunten van de Nota REB – flexibiliteit, maatwerk en samenhang -, maar wil daarbij kanttekeningen plaatsen. Flexibiliteit is nodig om te kunnen inspelen op onvoorziene en onvoorzienbare ontwikkelingen, maar dient ingekaderd te zijn in een beleid dat effectieve bescherming biedt aan bijvoorbeeld natuur- en landschapswaarden. Versterking van de marktwerking en van de incentivestructuur zijn van groot belang voor een doelmatige allocatie van de schaarse ruimte binnen afzonderlijke segmenten van de grondmarkt. Maatwerk is nodig om goed te kunnen inspelen op de specifieke omstandigheden, die van regio tot regio verschillen. Daarom heeft de SER zich al eerder duidelijk uitgesproken voor een gebiedsgericht beleid en voor een meer integrale benadering van ruimtelijk-economische vraagstukken op regionale schaal.
De noodzaak van samenhang in het ruimtelijk-economisch beleid wordt door de commissie voluit onderschreven. Het belang van een brede benadering die op evenwichtige wijze aandacht geeft aan de verschillende facetten van een "excellent vestigingsklimaat" vormt een rode draad van dit ontwerpadvies.

Selectief, doelmatig en toekomstgericht

Verschillende functies leggen beslag op de ruimte: landbouw, andere bedrijvigheid, wonen, infrastructuur, recreatie en natuur. Hoe moet met rivaliserende claims op de schaarse ruimte worden omgegaan? Om te beginnen zal in het politieke proces op nationaal, provinciaal en gemeentelijk niveau de maatschappelijke aanvaardbaarheid en wenselijkheid van de verschillende claims moeten worden beoordeeld. Voor het vervolgens inpassen van de ruimtebehoeften voor de functies wonen, bedrijvigheid en infrastructuur kan het volgende denkmodel worden gehanteerd:

  1. Gebruik de ruimte die reeds beschikbaar is gesteld voor een bepaalde functie en/of door herstructurering beschikbaar gemaakt kan worden.
  2. Maak optimaal gebruik van de mogelijkheden om door meervoudig ruimtegebruik de ruimteproductiviteit te verhogen.
  3. Indien het voorgaande onvoldoende soelaas biedt, is de optie van uitbreiding van het ruimtegebruik aan de orde. Daarbij dienen de verschillende relevante waarden en belangen goed te worden afgewogen in een gebiedsgerichte aanpak. Door een zorgvuldige keuze van de locatie van ‘rode’ functies en door investeringen in kwaliteitsverbetering van de omliggende groene ruimte moet worden verzekerd dat het meerdere ruimtegebruik voor wonen, bedrijventerreinen en/of infrastructuur de kwaliteit van natuur en landschap respecteert en waar mogelijk versterkt.

Vanwege de rivaliserende ruimteclaims alsmede de onomkeerbaarheden en de lange levensduur van veel ruimtelijke investeringen is verhoging van de ruimteproductiviteit een robuuste strategie. In de praktijk zal veelal een meersporenaanpak nodig zijn.


1Het gaat om een ontwerpadvies. De standpunten die hier worden weergegeven, zijn die van de commissie van voorbereiding.


Noot voor de redactie
Meer informatie bij Mariek de Valk, tel. 070-3499648