Home | Actueel | Persberichten | 1998-1999 | 1999 | SER in ontwerpadvies: kosten van verkeersonveiligheid doorberekenen aan weggebruikers en veroorzakers ongevallen

SER in ontwerpadvies: kosten van verkeersonveiligheid doorberekenen aan weggebruikers en veroorzakers ongevallen

4 oktober 1999

Ondanks een te verwachten hoog rendement wordt er te weinig geïnvesteerd in verkeersveiligheid. Daarom is een herschikking van publieke middelen gewenst.
Jaarlijks vallen in het verkeer circa 1200 doden en 50.000 gewonden. Daarmee zijn maatschappelijke kosten van 12 miljard gulden gemoeid. De kosten van verkeersonveiligheid moeten daar worden gelegd waar ze worden gemaakt. De kosten van preventie van ongevallen dienen daarom toegerekend te worden aan de verkeersdeelnemers. De kosten die voortvloeien uit ongevallen dienen zoveel mogelijk in rekening te worden gebracht bij de veroorzakers.

Dat staat in een ontwerpadvies1 dat de raad op vrijdag 15 oktober zal bespreken. Het is opgesteld door de Commissie Investeren In Verkeersveiligheid, onder voorzitterschap van prof.dr. J.M.G. Leune. Het is een reactie op een adviesaanvraag van minister Netelenbos van Verkeer en Waterstaat van 11 januari 1999 over letselpreventie en macro-economisch rendement door investeren in duurzame verkeersveiligheid.
De minister had de SER twee vragen voorgelegd. De eerste betrof de doorberekening van externe maatschappelijke kosten van verkeersonveiligheid aan de weggebruikers, veroorzakers en baathebbers. De tweede de verdeling van baten en lasten van verkeersonveiligheid tussen de publieke en de private sector. Investeringen in verkeersveiligheid kunnen een hoog rendement opleveren, maar komen niet van de grond door tal van marktimperfecties rond verkeersveiligheid, aldus de adviesaanvraag.

Boetes

Het dagelijks rijgedrag kan volgens de commissie het meest effectief worden beïnvloed door het intensiveren van de handhaving. In de huidige situatie verwacht zij meer effect van het verhogen van de pakkans bij overtreding van de maximumsnelheid of alcoholgebruik dan van verhoging van de boetes. Gecombineerd met gerichte publieksvoorlichting heeft dit de meeste kans van slagen. Verder moeten boetes sneller worden opgelegd en afgehandeld en dienen de mogelijkheden voor het opleggen van bestuurlijke boetes te worden vergroot. Prioriteit dient volgens de commissie te worden gegeven aan het handhaven van regels die voor de veiligheid het meest van belang zijn. Het verdient aanbeveling om permanente snelheidscontroles niet alleen op snelwegen maar ook op andere wegen toe te passen.

Schade van ongevallen

Wegbeheerders moeten aansprakelijk gesteld kunnen worden voor ongevallen indien zij onveilige situaties laten voortbestaan, bijvoorbeeld als gevolg van slecht onderhoud. De huidige algemene richtlijnen voor de veilige inrichting van infrastructuur dienen daarvoor omgezet te worden naar een algemene normering. De commissie vindt het wenselijk dat ook schadeposten als onverzekerd productieverlies voor werkgevers, immateriële schade voor de niet-schuldige verkeersdeelnemer en afhandelingskosten voor de politie in rekening gebracht worden bij de veroorzaker.
Voorts wijst de commissie op de tendens dat smartengeld maatschappelijk meer acceptabel wordt. Ook verdient het overweging om, in lijn met andere Europese landen, een mogelijkheid tot vergoeding van affectieschade (aan de naasten van het slachtoffer) te creëren, met duidelijke normen voor de uitkeringshoogte.

Private financiering?

De commissie ziet weinig in aanvullende financiering van verkeersveiligheid via private middelen. Publiek-private samenwerking toegespitst op verkeersveiligheid ligt niet voor de hand. Individuele baathebbers (degenen die profijt hebben bij de preventie van ongevallen; dit kunnen bedrijven of verzekeraars zijn, maar ook particulieren of de overheid) zijn lastig te organiseren en het risico van free rider-gedrag is groot. Dit kan volgens de commissie beter via de overheid gebeuren.
De commissie vindt fondsvorming voor investeringen in de verkeersveiligheid echter niet zinvol, omdat dit - uitgaande van budgettaire neutraliteit - per saldo geen extra financiële middelen zal opleveren. Veiligheid moet volgens de commissie integraal onderdeel uitmaken van een kwalitatief goede infrastructuur, en moet dus niet via een afzonderlijk bekostigingssysteem worden gefinancierd.

Rol van de overheid

De commissie vindt dat de overheid de hogere kosten van een grotere verkeersveiligheid niet uit de weg moet gaan. Een andere prioriteitenstelling in de uitgaven kan worden afgedwongen door het ontwikkelen, opleggen en verscherpen van de normen voor een veilige inrichting van de infrastructuur. Ook kan deze worden bevorderd door het creëren van financiële prikkels voor wegbeheerders in de vorm van aansprakelijkheidsstelling, opleggen van boetes en het verstrekken van subsidies.


1Het gaat om een ontwerpadvies. De standpunten die hier worden weergegeven, zijn die van de commissie van voorbereiding.


Noot voor de redactie
Voor nadere informatie: Mariek de Valk, tel. 070-3499648