6 september 1999
De gezondheidszorg kan ondanks de vergrijzing betaalbaar blijven. Voorwaarden zijn een goed draaiende economie, gezonde overheidsfinanciën en een hogere participatiegraad, zodat het financiële draagvlak wordt vergroot. Verder moeten er bewuste keuzes worden gemaakt ten aanzien van de verdeling van de kosten over de actieven en de ouderen en ten aanzien van de vraag in hoeverre de zorguitgaven uit de collectieve middelen moeten worden betaald. Ook moet de verhouding tussen prijs en kwaliteit in de ouderen- en thuiszorgvoorzieningen worden verbeterd.
Dat staat in het Rapport Gezondheidszorg in het licht van de vergrijzing, dat de SER-Commissie Sociaal-Economische Deskundigen (CSED) is opgesteld. Het rapport is vandaag aangeboden door CSED-voorzitter prof.dr. L.F. van Muiswinkel aan SER-voorzitter dr. H.H.F. Wijffels. De CSED bestaat louter uit onafhankelijke deskundigen1. Twee vraagstukken staan in het rapport centraal: de betaalbaarheid van de gezondheidszorg ('vergrijzingsbestendigheid') en de gebrekkige aansluiting van het ouderen- en thuiszorgaanbod op de wensen en behoeften van ouderen. Het rapport geeft geen blauwdruk, maar slechts oplossingsrichtingen die elkaar overigens niet uitsluiten.
Betaalbaarheid
Dat de uitgaven voor de gezondheidszorg zullen stijgen, lijkt aannemelijk. Dat komt door allerlei factoren, zoals de medisch-technologische ontwikkelingen, de welvaartsstijging en de vergrijzing van de Nederlandse bevolking, die daarmee zorgbehoevender wordt. Ook zijn er grenzen aan de efficiëntieverbetering in de zorg (denk aan de ouderen- en thuiszorg).
Volgens de CSED hoeven hogere uitgaven voor de gezondheidszorg echter geen probleem te zijn. Verwacht mag immers worden dat een oudere en meer zorgbehoevende bevolking ook een hogere prioriteit aan gezondheidszorg zal toekennen. Hogere kosten van de zorg zijn pas problematisch als mensen het geld er niet meer voor over hebben en als de werkzaamheid en de doelmatigheid van de gezondheidszorg te wensen over laten.
De CSED onderscheidt de volgende oplossingsrichtingen voor een betaalbare gezondheidszorg - met als randvoorwaarden dat de solidariteit van de jongeren met de ouderen niet te ver mag doorschieten:
- evenwichtige lastenverdeling door 65-plussers zo mogelijk meer te laten betalen:
- volledige fiscalisering Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) en Algemene Ouderdomswet (AOW);
- hogere eigen bijdragen voor ouderen in de AWBZ, uitgaande van een betere kwaliteit;
- hogere ziekenfondspremie voor ouderen (bijvoorbeeld door marktconforme premie + solidariteitsfonds voor wie die premie niet kan opbrengen).
- herijken collectief gefinancierde aanspraken in de AWBZ en Ziekenfondswet (ZFW):
- ZFW: eigen bijdragen, polisdifferentiatie (gepaste zorgpolis: verzekerde die gebruik maakt van doelmatige zorgaanbieders wordt daarvoor financieel beloond) en pakketdifferentiatie (enige keuzevrijheid in verstrekkingenpakket)
- in een vroegtijdig stadium gaan sparen voor bepaalde zorgvoorzieningen.
De CSED maakt geen expliciete keuze uit deze oplossingsrichtingen. Wel geeft zij aan dat het in een vroegtijdig stadium gaan sparen (kapitaalvorming, derde oplossingsrichting) geen soulaas zal bieden.
Betere aansluiting aanbod op vraag
De CSED heeft zich ook gebogen over de prijs-kwaliteitverhouding van de ouderen- en thuiszorgvoorzieningen. De legitimiteit van de AWBZ als volksverzekering kan in het geding komen als het aanbod niet aansluit op de pluriforme behoeften van de mondiger wordende bejaarden. De CSED concludeert dat er een brede inhaalslag nodig is om deze voorzieningen ook voor de hogere middenklassen - die er hoge eigen bijdragen voor moeten betalen - aantrekkelijk te maken. Zij komt met de volgende, elkaar niet uitsluitende, oplossingsrichtingen:
1.
- meer inspraak voor cliënten op het niveau van het zorgkantoor, het indicatieorgaan, de regiovisie en de landelijke meerjarenafspraken (volgens CSED is deze oplossingsrichting op zich onvoldoende).
2.
- flexibilisering van de aanspraken in de AWBZ èn meer speelruimte voor AWBZ-instellingen om producten te leveren waar behoefte aan is;
- wonen en welzijn overhevelen van de AWBZ naar gemeenten en volkshuisvesting;
het overhevelen van een groot deel van de AWBZ-gerelateerde ouderenzorg naar respectievelijk de ZFW en de particuliere ziektekostenverzekeringen.
3.
- het grotendeels loskoppelen van de ouderenzorg van de AWBZ en waar mogelijk aan de markt overlaten.
Noot voor de redactie
Voor nadere informatie: Mariek de Valk, 070-3499648
1Kernleden van de CSED zijn: prof.dr. L.F. van Muiswinkel (voorzitter), prof.dr. A.F.P. Bakker (DNB), prof.dr. F.J.H. Don (CPB), prof.dr. K.P. Goudswaard, prof.dr. A.H.J. Kolnaar en prof.dr. F. Leijnse. Aanvullende leden zijn: dr. H. van Dalen (NIDI; inmiddels werkzaam voor de WRR), dr. R.M.A. Jansweijer, prof.dr. P.A.H. van Lieshout, R.L.O. Linschoten, drs. J.P.M. Timmermans (SCP) en prof.dr. W.P.M.M. van de Ven.