12 juni 1998
De gezondheidszorg is van groot belang voor het voorkomen van ziekteverzuim en arbeidsuitval en voor reïntegratie van zieke en (gedeeltelijk) arbeidsongeschikte werknemers in het arbeidsproces. Dit belang is toegenomen door de recente veranderingen in de Ziektewet en WAO. Kortere wachttijden en wachtlijsten, een betere samenwerking tussen behandelend artsen en bedrijfsartsen en een verhoging van de doelmatigheid van de gezondheidszorg kunnen bijdragen tot een beperking van ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid. Bestaande knelpunten moeten worden opgelost zonder afbreuk te doen aan de primaire doelstellingen van de gezondheidszorg. De kwaliteit, beschikbaarheid en bereikbaarheid van de zorg moeten gewaarborgd blijven; doelgroepgebonden voorrangszorg en tweedeling zijn dan ook niet acceptabel.
Dat staat in het ontwerpadvies1 Sociale zekerheid en gezondheidszorg dat de raad op vrijdag 19 juni a.s. zal bespreken. Het is voorbereid door een werkgroep van de Commissie Sociale Zekerheid, onder voorzitterschap van R.L.O. Linschoten. Het is een reactie op een adviesaanvraag van minister Borst van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 26 augustus 1997. Zij vroeg het oordeel van de raad over de gevolgen van de groeiende onderlinge verwevenheid tussen de sociale zekerheid en de gezondheidszorg. Door de recente veranderingen op het terrein van de sociale zekerheid en de arbeidsomstandigheden hebben werkgevers en werknemers wettelijke verplichtingen en grote financiële belangen gekregen bij ziekteverzuim en reïntegratie. De gezondheidszorg kent enkele knelpunten op dit terrein. Zo is de specifieke kennis van de sociaal-medische en arbeidsrelevante aspecten van ziektes, aandoeningen en gezondheidsklachten gebrekkig. Ook schiet de samenwerking en informatie-uitwisseling tussen de behandelend artsen en de bedrijfs- en verzekeringsartsen tekort. Daarnaast is sprake van onvoldoende doelmatigheid en van te lange wachttijden voor diagnose en behandeling.
De commissie heeft met instemming kennis genomen van de recente kabinetsinitiatieven gericht op de oplossing van deze problemen. Daarnaast verheugt het haar dat een groot aantal "partijen in het veld" (waaronder de Stichting van de Arbeid) zich heeft kunnen vinden in een brede gezamenlijke aanpak. Dit heeft geleid tot de nota Structurele aanpak van wachttijden in de zorgsector; een bijdrage tot tijdigheid van adequate zorg in relatie tot patiënt en werk van 12 maart 1998. De commissie gaat ervan uit dat de daarin aanbevolen maatregelen voortvarend ter hand worden genomen. In het ontwerpadvies worden enkele actiepunten nader uitgewerkt.
Terugdringing wachttijden en wachtlijsten
De commissie acht het wenselijk om binnen een algemeen beleid ter beperking van problematische wachttijden ook aandacht te schenken aan hun gevolgen voor de deelname aan het arbeidsproces. Daarbij mogen specifieke maatregelen geen inbreuk maken op fundamentele basisnormen in de gezondheidszorg. De commissie staat dan ook afwijzend tegenover voorrangsbehandeling van bijvoorbeeld werknemers omdat daardoor tweedeling kan ontstaan. Overigens is zij het met minister Borst eens dat dit niet uitsluit dat in individuele gevallen sociaal-medische criteria (zoals de thuis- of werksituatie van de patiënt) een rol kunnen spelen bij de bepaling van de zorgbehoefte. Voor een brede en structurele aanpak van de wachtlijsten noemt de commissie ook de volgende maatregelen:
- toegankelijk maken van informatie over wachtlijsten van de ziekenhuizen voor verwijzers, zorgverleners, bedrijfsartsen, zorgverzekeraars en patiëntenorganisaties;
- stimuleren dat zorgverzekeraars gaan bemiddelen tussen zorgvrager en zorgverlener om adequate zorg tijdig te realiseren;
- onderzoeken of maximering van wachttijden ervoor kan zorgen dat zorgvragers in elk geval binnen de gestelde termijn aan de beurt komen.
Ten slotte meent de commissie dat niet kan worden ontkomen aan een zekere budgettaire verruiming voor zorgverlening als onderdeel van een algemene verruiming van het budgettaire kader voor de gezondheidszorg.
Verbetering samenwerking huisartsen - bedrijfsartsen
De commissie vindt dat de aandacht, kennis en vaardigheden met betrekking tot de relatie patiënt-arbeid in de gezondheidszorg moeten worden vergroot. Verbetering behoeven ook de samenwerking en afstemming tussen huisartsen en bedrijfsartsen bij de sociaal-medische begeleiding van werknemers. De commissie stelt verder in dit kader drie maatregelen voor:
- uitbouwen van de kennisinfrastructuur in de sfeer van de arbeidsomstandigheden;
- opzetten van gespecialiseerde voorzieningen op het gebied van aandoeningsgerichte zorg;
- ontwikkelen van programma's voor een integrale benadering van de onderdelen van het preventie-, interventie- en reïntegratieproces ingeval van ziekteverzuim.
Verhoging doelmatigheid
De commissie bepleit ten slotte een aantal maatregelen waarmee binnen de kaders van de huidige aanbodregulering de gezondheidszorg niet alleen de doelmatigheid binnen het zorgproces kan worden vergroot, maar ook een bijdrage kan worden geleverd aan beperking van ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid. Daarbij gaat het om:
- kantelen van het zorgproces in de algemene ziekenhuizen, dit wil zeggen een meer patiëntgerichte zorgverlening;
- weghalen van de negatieve prikkels uit het huidige budgetteringssysteem;
- verbeteren van het budgetteringssysteem van de verzekeraars;
- aanpassen van het overeenkomstenstelsel;
- vergroten van de beleidsvrijheid voor ziekenhuizen.
1Het gaat om een ontwerpadvies. De standpunten die hier worden weergegeven, zijn die van de commissie van voorbereiding.
Noot voor de redactie
Voor nadere informatie: commissiesecretaris Arnold Devreese, tel. 070-3499543 of voorlichter Mariek de Valk, tel. 070-3499648