Home | Actueel | Persberichten | 1998-1999 | 1998 | Ontwerpadvies Kengetallen Koopkracht: Het ideale koopkrachtplaatje bestaat niet

Ontwerpadvies Kengetallen Koopkracht: Het ideale koopkrachtplaatje bestaat niet

12 juni 1998

Het ideale koopkrachtplaatje bestaat niet. Afhankelijk van de informatiebehoefte komen verschillende kengetallen in aanmerking voor het weergeven van de verandering in het reëel besteedbare inkomen, ieder met hun mogelijkheden en beperkingen. Beleidsmakers dienen zich hier steeds voldoende rekenschap van te geven, niet in de laatste plaats in de communicatie naar de burgers. Dit geldt met name voor het gegeven dat het koopkrachtbeeld slechts gedeeltelijk door de overheid wordt bepaald.

Dat is de kern van het ontwerpadvies Kengetallen Koopkracht , dat is voorbereid door een werkgroep onder voorzitterschap van SER-voorzitter mr. K.G. de Vries. Op vrijdag 19 juni wordt dit ontwerpadvies voorgelegd aan de voltallige raad.

Het ontwerpadvies is het gevolg van de adviesaanvraag van minister Melkert van Sociale Zaken en Werkgelegenheid die op 9 maart namens het kabinet de SER vroeg te adviseren over de vraag in hoeverre de bestaande systematiek van koopkrachtramingen zou kunnen of moeten worden aangevuld. Directe aanleiding voor het verzoek was de commotie rond de loonstrookjes van januari 1998.

De SER plaatst het gebruik van koopkrachtplaatjes in het bredere kader van het inkomensbeleid, waartoe bijvoorbeeld ook armoedebestrijding en de bevordering van de arbeidsparticipatie gerekend kunnen worden. Dit betekent dat koopkrachtoverzichten maar in een deel van de voor dit beleid benodigde informatie kunnen voorzien.

Verschillende koopkrachtoverzichten

Als het gaat om het ramen van de koopkrachtontwikkelingen in het komende jaar, dan komen verschillende methodes in aanmerking, waaronder het sinds jaar en dag gebruikte standaard koopkrachtoverzicht. In dit standaard koopkrachtoverzicht gaat het om enkele fictieve huishoudens (onder meer Jan Modaal) met een beperkt aantal van te voren vastgestelde inkomenscomponenten. Dit koopkrachtoverzicht is overzichtelijk en verifieerbaar, terwijl het duidelijke handvatten biedt voor het beleid. Het standaard koopkrachtplaatje voorspelt even goed als andere macro-economische variabelen, zoals de economische groei.
Deze voordelen gaan wel ten koste van de representativiteit van het standaard koopkrachtoverzicht. Zo blijven veel inkomensbronnen (inkomsten uit vermogen, niet-standaard aftrek- en bijtelposten), inkomensgroepen (1,5 maal modaal), huishoudtypen (tweeverdieners) en sociaal-economische categorieën (ambtenaren, zelfstandigen) buiten beeld.
Bij exercities die hoge eisen stellen aan de representativiteit, zoals de koopkrachteffecten van een nieuw belastingstelsel, kunnen de standaard koopkrachtplaatjes niet in de informatiebehoefte voorzien. In dergelijke situaties is microsimulatie de aangewezen benadering. Microsimulatie is een methodiek die gebruik maakt van de gegevens van een groot aantal (40 duizend of meer) werkelijk bestaande huishoudens.

Communicatie naar de burger

Belangrijker dan de keuze voor een bepaald type koopkrachtkengetal is dat gebruikers zich steeds voldoende rekenschap geven van de beperkingen die het gebruik van (koopkracht)kengetallen met zich mee brengt. Dat geldt niet in de laatste plaats voor de communicatie naar de burgers.
Zo hebben koopkrachtcijfers vaak betrekking op de gemiddelde huishoudens in de weergegeven groepen. Dit betekent dat een positief koopkrachtbeeld voor alle groepen nog steeds kan samengaan met koopkrachtverlies voor huishoudens die in hun groep onder het gemiddelde uitkomen.

Verder maken koopkrachtoverzichten doorgaans een vergelijking van het reëel besteedbare huishoudinkomen tussen twee opeenvolgende jaren. Dit maakt dat de geraamde koopkrachtveranderingen, die op een heel jaar betrekking hebben, niet maatgevend hoeven te zijn voor de verschillen tussen het loonstrookje of pensioenoverzicht van december en januari.
Voorts gaat het bij de standaard koopkrachtoverzichten die op Prinsjesdag worden gepresenteerd om ramingen die niet enkel de invloed van overheidsbeleid weerspiegelen. Zo vallen belangrijke invloeden als de prijsontwikkeling en de gemiddelde contractloonstijging buiten de verantwoordelijkheid van de overheid.

Als door de overheid of door politici stellige uitspraken worden gedaan over de koopkrachtontwikkeling in het komend jaar, terwijl men zich in feite baseert op zo goed mogelijke ramingen (inclusief de veronderstelde invloed van derden), kan bij het publiek al snel de indruk ontstaan dat een koopkrachtgarantie wordt afgegeven, waarop men later kan worden aangesproken.
Om deze indruk te vermijden kan het wenselijk zijn om het overheidsaandeel in de totale koopkrachtontwikkeling apart in beeld te brengen. Als eerste benadering daarvoor kan worden gedacht aan de koopkrachtmutaties uit hoofde van belasting- en premiemaatregelen en het aandeel van de overheid in de prijsontwikkeling.


Noot voor de redactie
Voor verdere informatie kunt u terecht bij commissiesecretaris Roland Zwiers, tel. 070 - 3499 513 of bij voorlichter Jeroen Zonneveld, tel. 070 - 3499 649.