Home | Actueel | Persberichten | 1998-1999 | 1998 | Ontwerpadvies SER: Kwaliteit etnisch ondernemerschap vergroten door beter stelsel van ondersteuning en advisering

Ontwerpadvies SER: Kwaliteit etnisch ondernemerschap vergroten door beter stelsel van ondersteuning en advisering

26 mei 1998

De kwaliteit van het etnische ondernemerschap kan worden verbeterd door een voor de ondernemers goed toegankelijk en duidelijk stelsel van ondersteuning en advisering. Omdat de meeste etnische ondernemers actief zijn in de grote steden en daar ook de meeste kansen voor hen liggen, zijn zij gebaat bij een verdere versterking in die steden van de algemene infrastructuur voor ondernemers, in de sfeer van voorlichting, begeleiding, financiering en projecten als bedrijfsverzamelgebouwen. Daarbij moet er rekening mee worden gehouden dat etnische ondernemers veel beter bereikt worden via een persoonlijke benadering, waarbij bij voorkeur gebruik wordt gemaakt van allochtone contactpersonen, dan via bijvoorbeeld brieven en folders. Uitgangspunt moet zijn dat ondernemen niet enkel een aangeboren vaardigheid is, maar ook kan worden geleerd. Het overheidsbeleid gericht op het stimuleren van etnisch ondernemerschap moet wel binnen de grenzen van eerlijke en gezonde concurrentieverhoudingen blijven.

Dat staat in een unaniem ontwerpadvies1 over etnisch ondernemerschap dat de SER in zijn vergadering van 19 juni zal bespreken. Het is opgesteld door een commissie onder voorzitterschap van prof.dr. F. Leijnse. Het bouwt deels voort op twee eerdere adviezen van de SER: 'Samen voor de Stad' en 'Sociaal-economisch beleid 1998-2002'. Het is een reactie op een adviesaanvraag van 24 oktober 1997 van staatssecretaris Van Dok van Economische Zaken namens het kabinet. De SER is gevraagd de algemene en specifiek voor etnische minderheden geldende knelpunten en kansen voor etnisch ondernemerschap in kaart te brengen en op basis daarvan beleidsrichtingen te ontwikkelen. Het kabinet is van mening dat juist het zelfstandig ondernemerschap etnische minderheden kansen biedt voor een op zelfstandigheid en eigen kracht gebaseerde integratie in de Nederlandse samenleving.

Sinds het midden van de jaren tachtig kiezen allochtonen steeds vaker voor het ondernemerschap. Onder de belangrijkste groepen - Turken, Marokkanen, Surinamers en Antillianen/Arubanen - is daarbij sprake van een sterkere toename dan onder autochtonen. Helaas gaat een groot aantal van die ondernemingen (vooral die van Turken en Marokkanen) het eerste jaar alweer failliet. Problematisch is ook dat veel etnische ondernemers lange tijd van een laag inkomen moeten rondkomen. Een en ander komt doordat ze nog te vaak kiezen voor risicovolle branches als de horeca en de detailhandel, door hun relatief lage opleidingsniveau en doordat ze geen deel uitmaken van relevante netwerken buiten de eigen groep.

Vanwege de heterogeniteit van etnische minderheidsgroepen en de diversiteit van de knelpunten waarmee etnische ondernemers te maken hebben, adviseert de SER-commissie een brede mix van instrumenten op uiteenlopende niveaus in te zetten. Voor een deel van deze mix geldt dat niet zozeer een etnisch-specifiek beleid geboden is, als wel een beleid dat in beginsel ten goede komt aan alle (potentiële) ondernemers. Daarbij is wel de verwachting dat etnische ondernemers van een aantal algemene instrumenten meer dan evenredig zullen kunnen profiteren.

Van cruciaal belang acht de commissie de voorbeeldwerking van succesvol ondernemerschap in eigen kring. Met het oog hierop zou het beleid vooral moeten bijdragen aan kwalitatief goed ondernemerschap. Kansen voor etnische ondernemers liggen bijvoorbeeld in de markt van de persoonlijke dienstverlening. De commissie vraagt in het bijzonder aandacht voor de stimulering van de ontwikkeling van deze markt.

Het door de SER al eerder voorgestelde Stadseconomiefonds dient onder meer te worden gebruikt voor uitbreiding van bedrijfsverzamelgebouwen. De commissie onderstreept daarbij dat een goede mix van allochtone en autochtone bedrijvigheid in deze bedrijfsverzamelgebouwen bij uitstek kan bijdragen aan de gewenste netwerkvorming door etnische ondernemers. Verder acht de commissie het van groot belang dat etnische ondernemers gaan deelnemen in franchise-formules en winkelketens, omdat dit kan bijdragen aan de oplossing van drie knelpunten rond etnisch ondernemerschap: gebrekkige managementvaardigheden, entreeproblemen in sommige branches en een gebrek aan gunstige lokaties.

In de sfeer van advisering, begeleiding en educatie van startende etnische ondernemers liggen volgens de commissie verbeteringen vooral op het vlak van vergroting van de doorzichtigheid van het voorzieningenaanbod en een verheldering van de onderlinge verantwoordelijkheidsverdeling tussen betrokken partijen, als basis voor een sterkere onderlinge samenwerking. De commissie is er voorstander van dat op stedelijk en regionaal niveau afspraken tot stand komen tussen kamers van koophandel (kvk's), gemeenten en lokale instellingen die starters ondersteunen en begeleiden over hun onderlinge taakafbakening en over de doorverwijzing van aspirantstarters die zich aanbieden. De huidige tijdelijke projectsubsidiëring van de lokale instellingen die starters ondersteunen en begeleiden zou tevens structureel moeten worden ingezet, vindt de commissie.

De commissie is voorts voorstander van het verplicht blijven stellen van het diploma Algemene Ondernemersvaardigheden (AOV) voor de marktsegmenten waar een vestigingsvergunning geldt. De kwaliteit en continuïteit van het etnisch ondernemerschap zijn daar volgens haar mee gebaat. Wel vindt de commissie dat de nadruk meer op het verwerven van vaardigheden dan kennis moet liggen. Bovendien zou meer gebruik moeten worden gemaakt van praktijkvoorbeelden en begeleiding door personen uit etnische minderheden. Bovendien zou er ook daadwerkelijk op moeten worden toegezien dat ondernemers aan die eisen voldoen. Gebeurt dit onvoldoende, dan ontbreekt ook de prikkel voor starters om te investeren in het behalen van het AOV-diploma.

Verder moet nader onderzocht worden of bepaalde lokaties en marktsegmenten worden afgeschermd door hoge huren, door de wijze van verdeling van bedrijfsruimten en door vormen van coöptatierecht. Deze vormen van marktafscherming gericht op alle buitenstaanders, kunnen nog ongunstiger uitwerken voor etnische ondernemers, vanwege het ontbreken van vaardigheden en van toegang tot netwerken om goed met die veelal ongeschreven regels om te gaan.

Ten aanzien van het Besluit Bijstandsverlening Zelfstandigen (Bbz) verwacht de commissie dat de door het kabinet voorgestelde aanpassingen, zeker daar waar het de inhoudelijke verbetering van de voorbereidingsperiode voor een Bbz-aanvraag en een begeleiding na de start betreffen, ook allochtone starters ten goede zullen komen. Wel vraagt de commissie onder andere aandacht voor de mogelijke cultuurgebondenheid van de levensvatbaarheidstoets in het kader van de Bbz, en voor de mogelijke rol van arbeidsvoorziening bij de uitstroom van bijstandsgerechtigden naar het zelfstandig ondernemerschap. Over de aanpassingen van het Bbz zal de SER zich naar aanleiding van een aangekondigde separate adviesaanvraag naar verwachting nog nader uitspreken.


1Het gaat om een ontwerpadvies. De standpunten die hier worden weergegeven, zijn die van de commissie van voorbereiding.


Noot voor de redactie
Voor nadere informatie: Mariek de Valk, tel. 070-3499648