15 mei 1998
De SER heeft vandaag twee adviezen vastgesteld, over arbeid, zorg en economische zelfstandigheid en over het derde Nationale Milieubeleidsplan (NMP3). Verder formuleerde FNV-voorzitter De Waal namens alle werknemers- en ondernemersorganisaties in de SER-vergadering de visie en de beleidsintenties van werkgevers en werknemers voor de komende kabinetsperiode.
Volgende kabinetsperiode
De Waal stelde dat het succes van de overlegeconomie moet worden gecontinueerd, en dat de huidige rol- en taakverdeling en verdeling van verantwoordelijkheden tussen sociale partners en de overheid niet wezenlijk mag veranderen. "Een duurzame actieve betrokkenheid van de Stichting van de Arbeid en van de SER bij het proces van economische besluitvorming versterkt het draagvlak voor het te voeren sociaal-economische beleid en scherpt de voorwaarden voor een evenwichtige ontwikkeling van de arbeidsverhoudingen en een doelmatige doorschakeling van centraal beleid naar decentraal beleid," aldus de FNV-voorzitter. Hij deed een dringend beroep op degenen die aan het regeerakkoord werken de algemeenverbindendverklaring van CAO's niet aan te tasten, omdat dit één van de fundamenten is van ons effectieve overlegmodel. De Waal: "Dan ook zou het niet meer zinvol zijn om in de Stichting van de Arbeid akkoorden als een Nieuwe Koers of Agenda 2002 af te sluiten." Ook wees hij erop dat de SER de afgelopen paar maanden zeer belangrijke voorzetten heeft gegeven die de inhoud van het sociaal-economisch beleid aangaan, zoals het advies over de toekomstige ruimtelijke ordening , het middellangetermijnadvies en het advies over het fiscaal stelsel in de 21e eeuw. "Aanknopingspunten te over om een evenwichtig regeerakkoord op deze terreinen te sluiten," volgens De Waal, "En dat akkoord moet dus ook ruimte bieden voor het verwerken van het toekomstig SER-advies over de betrokkenheid van werknemers- en werkgeversorganisaties bij de toekomstige uitvoering van de sociale zekerheid."
Arbeid, zorg en economische zelfstandigheid
De raad is het eens met het kabinet dat belemmeringen moeten worden weggenomen die de combinatie van arbeid en zorg bemoeilijken en economische zelfstandigheid tegengaan. Daartoe moet onder meer de beschikbaarheid en toegankelijkheid van kinderopvang worden vergroot. Binnen de raad wordt verschillend gedacht over:
- een mogelijke uitbreiding van wettelijke verlofregelingen: de ondernemersorganisaties vinden het gezien de aanvullende en nieuwe wetgeving op dit terrein en de initiatieven op decentraal niveau prematuur om nu al de wenselijkheid van verdere uitbreiding van wettelijke verloffaciliteiten uit te spreken. De werknemersorganisaties en de kroonleden vinden dat er niet gewacht hoeft te worden op evaluaties van de huidige regelingen en dat er ondertussen voortvarend kan worden gewerkt aan het verder voorbereiden en ontwerpen van beleidsmaatregelen op dit terrein. Zij doen ook enkele aanbevelingen voor (gedeeltelijk) betaald ouderschapsverlof.
- financiële ondersteuning van huishoudens met kinderen: de ondernemersorganisaties, de vakcentrales CNV en MHP en acht kroonleden vinden dat die financiële ondersteuning in het bijzonder via de kinderbijslag moet lopen; zij zijn van oordeel dat de invoering van kinderafhankelijke minimumuitkeringen nadere overweging verdient en wijzen, evenals het kabinet, een zorgkostenforfait van de hand. De vakcentrale FNV en twee kroonleden bepleiten een onderzoek naar alle opties (waaronder het zorgkostenforfait in de fiscale wetgeving) op hun effecten op onder meer de economische zelfstandigheid en op de budgettaire consequenties.
- een eventuele verzelfstandiging van bijstandsuitkeringen: de ondernemersorganisaties, de vakcentrales CNV en MHP en zes kroonleden wijzen de invoering van geïndividualiseerde bijstandsuitkeringen af. De vakcentrale FNV vindt dat er stapsgewijs een geïndividualiseerde basisuitkering moet worden gerealiseerd, die voortbouwt op een negatieve inkomstenbelasting. Dit dient gepaard te gaan met een verlenging van de duur van de WW en met experimenten op lokaal niveau met een splitsing van de gezinsbijstand tussen bijstandsgerechtigde partners en een vrijlating in de toetsing van het partnerinkomen tot het individuele minimumniveau.
Vier kroonleden wijzen geïndividualiseerde bijstandsuitkeringen af en pleiten voor een verlenging van de duur van de WW, een versterking van het opbouwelement in de WW en een verruiming in de bijstand van de toetsing van het partnerinkomen.
NMP3: meerderheid raad voor verdubbeling energiebelastingen
De raad aanvaardt unaniem het kabinetsvoorstel de energiebelastingen te verhogen met het oogmerk tot een energiezuiniger gedrag aan te zetten. De opbrengst van de hogere energiebelastingen moet grotendeels worden gebruikt om een aantal andere belastingen te verlagen. Er wordt echter verschillend gedacht over de nadere invulling van die verhoging. Dit kabinetsvoorstel is opgenomen in het derde Nationaal Milieubeleidsplan (NMP3) en vormt ook een cruciaal onderdeel van de voorstellen voor het belastingstelsel in de volgende eeuw.
Het kabinet onderscheidt twee varianten om de hogere energiebelastingen vorm te geven, maar kiest hier niet uit. De werknemersorganisaties en de kroonleden zijn voorstander van de variant waarin een verdubbeling plaatsvindt van zowel de regulerende energiebelasting als de Wet Belastingen op Milieugrondslag, voor zover die wordt geheven over fossiele brandstoffen. Alleen het zeer grote energieverbruik zou van die belastingverhogingen moeten worden uitgezonderd.
De ondernemersorganisaties vinden dat het zakelijke energiegebruik zoveel mogelijk van de hogere energiebelastingen moet worden uitgesloten, omdat het bedrijfsleven al met de overheid meerjarenafspraken heeft afgesloten met als doel de energie-efficiency aanzienlijk te verhogen. Zij kiezen daarom voor een variant waarin de regulerende energiebelasting voor echte kleinverbruikers wordt verdrievoudigd.
Noot voor de redactie
Voor nadere informatie: Mariek de Valk, tel. 070-3499648