Home | Actueel | Persberichten | 1998-1999 | 1998 | Lubbers, Kok en Van Veen gaan terug naar Wassenaar

Lubbers, Kok en Van Veen gaan terug naar Wassenaar

7 januari 1998

In het laatste SER-bulletin van 1997 blikken hoofdrolspelers Ruud Lubbers, Wim Kok en Chris van Veen terug op de gang van zaken rond het eind 1982 gesloten Akkoord van Wassenaar. Ex-premier Lubbers is ervan overtuigd dat het dreigement van het eerste kabinet-Lubbers om in te grijpen in de lonen "op z'n zachtst gezegd een handje geholpen heeft om dat akkoord van Wassenaar te krijgen." Ex-FNV-voorzitter Kok en ex-VNO-voorzitter Van Veen leggen er meer de nadruk op dat de sociale partners in de Stichting van de Arbeid hun eigen verantwoordelijkheid namen, waardoor het kersverse kabinet-Lubbers I zich genoodzaakt zag de regeringsverklaring aan te passen aan het Akkoord van Wassenaar.

De torenhoge werkloosheid", aldus premier Kok in het SER-bulletin, "was toen de échte aanleiding voor wat er in de dagen daarna is gebeurd. Ook als vakbeweging vonden we dat het zo niet verder kon met die werkloosheidsstijging. Als je dan zo'n loonmaatregel ziet aankomen waardoor de regering het overneemt en je als vakbeweging met lege handen staat, dan is het beter zelf verantwoordelijkheid te nemen."

Oud-werkgeversvoorzitter Van Veen vindt dat vooral de vakbeweging door de dreigende loonmaatregel onder druk werd gezet. "Die had zich in de jaren 70, in de dagen van Joop den Uyl, zelf in de voet geschoten met het handhaven van de automatische prijscompensatie, ook toen de oliecrisis uitbrak. Het kwam erop neer dat er voortdurend loonsverhogingen moesten worden uitbetaald bij ondernemingen waar intussen wel de deurwaarder op de stoep stond." In die omstandigheden zag Van Veen "de regeringsverklaring als een nieuwe kans om met een nieuw economisch beleid wellicht toch een doorbraak te forceren. (...) Centraal daarin stond wat mij betreft de gedachte dat we wel met de vakbeweging over arbeidsduurverkorting zouden kunnen praten en dan alleen op decentraal niveau". Met zo'n akkoord had de Stichting van de Arbeid volgens Van Veen "de kans de overheid, ondanks die dreigende loonmaatregel, terug naar zijn eigen speelhelft te brengen".

Alle betrokkenen zijn het erover eens dat het Akkoord van Wassenaar als een moeder aller akkoorden ten grondslag ligt aan het poldermodel.

Lubbers: "Ik heb helemaal geen vervelend gevoel bij de omstandigheid dat pas de afgelopen jaren zo uitbundig de vruchten worden geplukt van wat toen in gang is gezet en nu als het poldermodel ook internationaal wordt bewonderd. Het gaat bij dit soort zaken nu eenmaal om heel ange processen waar heel veel mensen aan hebben bijgedragen".

Van Veen: "Ik heb nooit enige twijfel over de betekenis van dat akkoord gehad. Het ligt aan de basis van wat daarna sociaal-economisch is bereikt. De wissel naar loonmatiging is toen overtuigend omgezet".

Kok: "De Nederlandse werknemer heeft er gemiddeld sinds 1982 minder geld bijgekregen dan zijn Duitse collega. Maar in Nederland zijn er meer banen bijgekomen dan in Duitsland. Die verbreding van de werkgelegenheid is voor Nederland ontzettend belangrijk. Zonder dat medicijn hadden we de koppeling tussen lonen en uitkeringen niet kunnen herstellen of hadden we nu niet aan gerichte armoedebestrijding kunnen doen. Ik denk dus dat 1982 daarvoor het beslissende moment is geweest. Ik zou het akkoord van Wassenaar willen karakteriseren als een keuze van verantwoordelijke mensen voor een eigen rol in het geheel, in plaats van te zeer afhankelijk te zijn van keuzes die de overheid oplegt."

Minister van Economische Zaken Hans Wijers, die in hetzelfde SER-bulletin aan het woord is, nuanceert de euforie rond het poldermodel enigszins. "Dan gaat het om de neiging die veel mensen hebben het succes van het poldermodel toe te schrijven aan de manier waarop onze sociaal-economische instituties opereren en dan in het bijzonder het overleg van werkgevers en werknemers. Alsof het functioneren van die instituties een zelfstandige toegevoegde waarde zou hebben gehad. Daar ben ik het niet mee eens. Ik vind dat de rol van die instituties fors wordt overschat. Ik zeg dus niet dat ze helemaal geen rol hebben gespeeld. Wat ik wel beweer, is dat hun rol niet beslissend is geweest."


Noot voor de redactie
De teksten van de interviews met Lubbers, Kok, Van Veen en Wijers zijn na te lezen op de website van de SER. Verdere informatie bij: Jeroen Zonneveld, tel. 070 - 3499 649