Home | Actueel | Congressen | 2012 | wat is nodig voor behoud van vitaliteit in krimpregio’s?

BZK-SER werkconferentie: wat is nodig voor behoud van vitaliteit in krimpregio’s?

Donderdag 1 november 2012, SER-gebouw, Den Haag

Tijdens de werkconferentie Vitale Krimpregio’s buigt een gezelschap van overheden, werknemers, werkgevers en wetenschappers uit het hele land zich over een sociaal- geografische en economische agenda hoe de economische kracht van (grens)regio’s benut kan worden.

Mark Frequin is Directeur-Generaal van wonen, bouwen en integratie, wat nu nog tot Binnenlandse Zaken behoort. Hij benadrukt dat economische vitaliteit en arbeidsmarkt het moeilijkste, maar ook wezenlijkste onderdeel van de krimpproblematiek vormt. In zijn introductie op het onderwerp waarschuwt hij voor de zoals hij dat noemt ‘Zwembadfilosofie’: het is een slechte zaak om een plaatselijk zwembad, of school met een minimale aantal leerlingen, als onwrikbare verworvenheid in stand te houden. Het gaat erom keuzes te durven maken, minpunten te accepteren en af te stemmen met de buren.
Frequin geeft aan te worstelen met zijn rol als Rijksoverheid en vraagt ook expliciet naar de verwachtingen in de regio hierover. Hoewel het primaat voor de krimpaanpak in de regio’s ligt, zal het Rijk zorgen voor rugdekking. Hierbij geldt wat hem betreft niet het adagium je gaat er over of je gaat er niet over.

Harry Garretsen ( RUG-hoogleraar Internationale Economie en Business; tevens voorzitter van de SER-commissie Ruimtelijke Inrichting en Bereikbaarheid) benadrukt via een videoboodschap (vanuit krimpregio Groningen) het belang van samenwerking, ook over landsgrenzen heen.

De nationale krimpproblematiek wordt toegelicht door een tweetal wetenschappers:

Gerard Marlet is econoom en historicus en tevens directeur van de Atlas voor Gemeenten. Hij laat de geografische verdeling van de kansen op krimp in Nederland zienen illustreert daarmee de belangrijke relatie tussen werk en woonplaats. Omdat de Randstad meer banen biedt dan de grensregio’s zal de werkende bevolking weg blijven trekken uit de regio. Daar doen geen fraaie omgeving of betaalbare huizen iets aan af. Hij laat zien dat het aantal beschikbare banen fors toeneemt in de grensregio’s als banen over de grens mee worden genomen. Werkzoekenden blijken echter slechts minimaal gehoor te geven aan werkgelegenheid aan de andere kant van de Duitse of Belgische grens. Volgens Marlet komt dat door de administratieve rompslomp waar ‘grenswerkers’ tegenaan lopen. Hij wijst op de kansen die hier liggen als we iets aan de belemmeringen kunnen doen. Hier komt de overheid in beeld.

De Utrechtse econoom Frank van Oort onderstreept de arbeidsmarkt als belangrijkste factor in de woon-werkdynamiek. Het gaat volgens hem niet alleen om werk, maar ook om de kwaliteit van werk. Hij gaat in op het agglomeratie-effect; bedrijven vestigen zich graag in elkaars omgeving; werk volgt werk. Hij waarschuwt gemeenten voor het aantrekken van bedrijvigheid die geen (historische) relatie met de plaatselijke omgeving heeft. Vernieuwend bedrijfsleven zal volgens hem meer succesvol zijn wanneer het aansluit bij de werkervaring en de competentie die in de regio/gemeente al bestaat. Ook in de krimpregio’s bestaan clusters van kennis en innovatie, het gaat er om deze gouden randjes te verbinden, waarbij het menselijk kapitaal belangrijker is dan fysiek kapitaal.

Een viertal workshops behandelen de Detailhandel; Zorg: aansluiting onderwijs en arbeidsmarkt; Benutting van Gebiedskwaliteiten en Aanbesteding en burgerparticipatie
In de workshops wisselen de deelnemers aan de hand van enkele best practicecases ervaringen en inzichten uit. Doel van de workshops is bovendien om agendapunten op te stellen voor de Toekomstagenda.

1. Detailhandel

In deze workshop gaat Patrick Manning van Hoofd Bedrijfschap Detailhandel in op de recente ontwikkelingen als de explosie van het winkelaanbod in de afgelopen 10 jaar, gekoppeld aan het afnemen van de besteding in fysieke winkels als gevolg van de economische crisis, afnemend consumentenvertrouwen en toename internetverkopen. Dit leidt tot knelpunten: de vastgoedsector is in een impasse geraakt, inkomsten en winsten staan onder druk en het aantal faillissementen neemt toe. Dit leidt tot meer en ook verborgen leegstand, waarbij vooral kleine kernen en krimpregio’s kwetsbaar zijn. De bewustwording voor deze problematiek is nog onvoldoende.
Aad van Fulpen van de Stichting Herrie.nu geeft aan dat sectoroverschrijdend werken kansen biedt voor de krimpaanpak. Herrie.nu werkt aan innovatie op verschillende thema’s zoals zorg, wonen, welzijn en met publieke en private partijen.

2.Aansluiting Onderwijs - arbeidsmarkt

Mark Liedekerken, programmamanager bij de Zorgacademie in Parkstad heeft de totstandkoming, werking en resultaten van de Zorgacademie toegelicht. Bij de zorgacademie is een groot aantal belanghebbende partijen betrokken. De combinatie van strategisch personeelsbeleid, onderwijsinnovatie en zorginnovatie moet op termijn leiden tot voldoende gekwalificeerd personeel in de regio. Jan Merks, van Parkstad Limburg heeft de rol van de overheid hierbij toegelicht. Tijdens de discussie is ook verkend hoe dit goede voorbeeld navolging kan krijgen in andere regio’s en in andere sectoren, als bijvoorbeeld in de techniek. Groningen heeft al aagegeven ermee aan de slag te gaan.

3. Gebiedskwaliteiten benutten

In Noord Oost Friesland hebben zes gemeenten ondersteund door de provincie Friesland het samenwerkingsverband Netwerk Noordoost opgericht. “Verbinden” is, zo stelde Jan Sijtsma van de gemeente Tytsjerkstradiel in zijn inleiding, het centrale thema. Hierbij gaat het zowel om het verbinden van plattelandsregio’s met de stad als om het verbinden van ondernemersnetwerken.
Vervolgens ging Hans Hillebrand van de STIRR in op de potenties voor toerisme als verdienmotor voor gebiedsontwikkeling. Deze potenties zijn in Nederland enorm, maar worden vooralsnog onvoldoende benut. Regionale beeldverhalen kunnen hierbij helpen.

4. Aanbesteding en Burgerparticipatie

In deze workshop stond centraal welke rol de regionale en gemeentelijke overheden moeten innemen om hun woonkernen leefbaar te houden en aantrekkelijk te maken. Toelichting wordt gegeven door de Drentse wethouder Jacob Bruintjes, uit gemeente Borger-Odoorn die uit 25 kernen bestaat en circa 20.000 inwoners telt. Hij hanteert de zogenoemde ‘hybride aanpak’ waarbij overheid, burger en bedrijfsleven gezamenlijk een bijdrage leveren aan een bepaalde opgave. Door burgerkracht en ondernemerskracht te stimuleren ontstaat dynamiek binnen de verschillende kleine kernen en handhaving van een goede leefomgeving. Fenna Bolding, senior adviseur van STAMM CMO illustreert deze aanpak met voorbeelden uit het bibliotheekwezen, horeca en kinderopvang.

Plenaire inleidingen

Na de workshopsessie laat Sjraar Cox namens het bestuur van de VNG weten dat hij inzetten op economische vitaliteit en een goed werkende arbeidsmarkt cruciaal acht voor de aanpak van bevolkingsdaling Hij benadrukte dat gemeenten in de regio moeten samenwerken in plaats van concurreren en hecht belang aan goede verbindingen met maatschappelijke organisaties en bedrijfsleven. Hij geeft ook aan dat de VNG hierbij graag gebruik maakt van de expertise van praktijkdeskundigen zoals vandaag aanwezig.

Cor Zijdeveld, voorzitter van de Samenwerkende Bedrijven Eemsdelta ging in op de uitdagingen waar de Eemshaven voor staat. De Eemshaven lag er 30 jaar ongebruikt bij, maar vormt inmiddels de stekkerdoos van Nederland. Dit betekent een enorme toegevoegde waarde, maar gaat ook gepaard met een groot tekort aan gekwalificeerde arbeidskrachten. Hij benadrukt dat de maakindustrie belangrijk blijft en onderstreept het belang van een goede afstemming van onderwijs op arbeidsmarkt, met name in de techniek.

Toekomstagenda

In een gezamenlijke discussie worden de punten voor de Toekomstagenda opgesteld. Deze agenda ziet er aan het slot van de bijeenkomst als volgt uit:

1.   zoek economische vitaliteit ook in relatie tot andere regio’s;
2.   zet in op grensoverschrijdende samenwerking; 
3.   sluit aan bij bestaand arbeidspotentieel;
4.   wees bewust van detailhandelsvraagstukken; maak samen keuzes en pak door;
5.   werk samen op aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt en betrek de regionale economie hierbij;
6. a) verbind landelijk met stedelijk gebied in regio;
  b) benut gastvrijheidseconomie in brede zin als kans in krimpregio;
7.   behoud dynamiek door mensen te faciliteren;
8.   werk aan overkoepelende, regionale toekomstvisie;
9.   experimenteer met ander financieel instrumentarium;
10.  investeer in menselijk kapitaal.

Jan Meerman neemt namens MKB-Nederland de agenda in ontvangst. Hij benadrukt het belang van echt integraal samenwerken. Impopulaire maatregelen zijn daarbij soms onvermijdelijk. Toch kunnen die nodig zijn en is het zaak eerder vandaag dan morgen met een gerichte aanpak te starten. Ook houdt Meerman een pleidooi voor landelijke spelregels voor ruimtelijke ordening. 


Bekijk het programma voor meer informatie.