Home | Actueel | Congressen | 2012 | Duurzaam inzetbaar op de arbeidsmarkt. Hoe? Zo!

Duurzaam inzetbaar op de arbeidsmarkt. Hoe? Zo!

19 juni 2012, 16:00 – 18:30 uur, SER-gebouw Den Haag
op initiatief van Kroon op het Werk en de SER

Op 19 juni kwamen ondernemers, werkgevers, werknemers en hun vertegenwoordigers samen bij de SER om te praten over de praktijk van duurzame inzetbaarheid. Het belang van duurzame inzetbaarheid wordt inmiddels door nagenoeg iedereen onderkend. Initiatieven om inzetbaarheid te versterken zijn dan ook talrijk. Toch levert dit nog niet altijd het gewenste resultaat op. Er zijn verschillende obstakels die partijen weerhouden van een duurzame, gezonde en productieve toekomst. Hoe kunnen deze overwonnen worden? Deze conferentie bood deelnemers de kans te debatteren over de vraag hoe duurzame inzetbaarheid op de werkvloer werkelijkheid kan worden. Wat zijn de ‘best practices’? En wat vraagt aandacht?

Lang, gezond en productief
“‘Iedereen langer, gezond en productief aan het werk.’ Een bijzonder effectief zinnetje, geen woord te veel of te weinig,” zo opende SER-voorzitter Alexander Rinnooy Kan zijn welkomstwoord. Rinnooy Kan nam het publiek mee in de ontleding van de zin die de meesten zo vertrouwd in de oren klinkt. Niet alleen moeten alle deelnemers op de arbeidsmarkt worden betrokken, zij moeten ook in staat zijn, zowel geestelijk als lichamelijk, om lang en gemotiveerd aan de slag te blijven. Op latere leeftijd werken zal aantrekkelijker en vanzelfsprekender worden, dat is de verwachting voor de volgende generaties. Innovatie en ontwikkeling hebben daarin een belangrijke rol, volgens Rinnooy Kan. Het blijkt nog niet zo eenvoudig om goede maatregelen te implementeren. Het is dan ook nuttig met elkaar in gesprek te gaan op conferenties als deze.

De barricaden op!
Eén van de aanleidingen voor de conferentie was een TNO/SEO-onderzoek, gefinancierd door ZonMw, naar de drempels die werkgevers en werknemers ervaren bij het stimuleren van duurzame inzetbaarheid. Irene Houtman (TNO) overhandigde twee exemplaren van het rapport aan Alexander Rinnooy Kan en aan Linda Horn (ZonMw), maar niet voordat zij de onderzoeksresultaten kort had geschetst.

Het bewustzijn dat langer zal moeten worden doorgewerkt, dringt sinds enkele jaren sterk door onder zowel werknemers als werkgevers. Er worden dan ook verschillende maatregelen genomen om inzetbaarheid te versterken. Dit wordt niet alleen gedaan uit financiële overwegingen als kostenvermindering of opgelegde verplichtingen als certificering, maar ook uit de intrinsieke motivatie dat goed voor het personeel moet worden gezorgd. Toch zijn er ook organisaties waarin nog weinig aandacht is voor duurzame inzetbaarheid. De belangrijkste reden hiervoor is dat weinig urgentie wordt ervaren, bijvoorbeeld vanwege laag verzuim. Ook kan de bedrijfscultuur een obstakel vormen, evenals een gebrek aan informatie en kennis. Houtman ziet vooral kansen tot verbetering in het opbouwen van netwerken binnen sectoren, regio’s of bedrijven. Aan het houden van toezicht op het uitvoeren van maatregelen zou volgens Houtman ook behoefte zijn.

Van wens naar werkelijkheid
Aukje Nauta schetste in haar toespraak het bredere thema van duurzame inzetbaarheid. Ze viel in voor collega-kroonlid Ferdinand Grapperhaus, die verstek moest laten gaan. Nauta wierp de vraag op hoe het beste van de wens van duurzame inzetbaarheid naar werkelijkheid kan worden gekomen en hoe obstakels daarbij overwonnen kunnen worden. Ze ging in op kwantitatieve ontwikkelingen als vergrijzing en ontgroening die een zware druk leggen op de werkende beroepsbevolking. Tegelijkertijd constateerde ze dat ook kwalitatieve veranderingen aandacht vragen: de arbeid waar grote vraag naar is, bijvoorbeeld in de techniek of zorg, is niet altijd de arbeid die werknemers kunnen vervullen. Om deze ontwikkelingen het hoofd te bieden, zijn maatregelen nodig op het gebied van gezondheid, scholing en mobiliteit. Een aantal SER-adviezen biedt hiertoe nuttige handvatten, zoals het onlangs verschenen ‘Werk maken van scholing(2012), maar ook Werk maken van baan-baanmobiliteit(2011) en Een kwestie van gezond verstand (2009), aldus Nauta.

Rondetafelgesprekken
Na de toespraken kregen de deelnemers de kans te discussiëren aan één van de tien thematafels. Vragen die aan de orde kwamen waren: Wat kunnen sectororganisaties en regio’s voor duurzaamheid van organisaties betekenen? Welke rol is voor verzekeraars weggelegd? Hoe kan worden omgegaan met werkdruk en agressie? En wat leveren verschillende beleidstypen op?

Hoe verder?
Na afloop van de tafelsessies maakte dagvoorzitter Yvonne Zonderop de balans op door een rondje langs de verschillende tafels te maken. Verschillende goede praktijken werden gedeeld, waarin als sleutel tot succes vooral de voortdurende betrokkenheid van werknemer en werkgever werd genoemd. Duurzame inzetbaarheid is daarnaast gebaat bij maatwerk, initiatieven vanuit werknemers en stimulatie daarvan vanuit het bestuur. Bepaalde groepen verdienen nog wel extra aandacht, zoals werknemers die niet direct intrinsiek gemotiveerd zijn, maar ook lager opgeleiden, flexwerkers, ouderen en werknemers in zware beroepen. Ook zijn er organisaties die niet vanzelfsprekend aan de slag kunnen met duurzame inzetbaarheid, zoals het midden- en kleinbedrijf. Plenair werd over deze bevindingen verder gediscussieerd met Joke Storm (Kroon op het Werk), Maurice Limmen (CNV), Wim van Veelen (FNV) en Rob Slagmolen (VNO-NCW). De panelleden waren het niet over alles eens, maar ze onderstreepten wel allen dat de koers richting duurzaamheid is uitgezet. Organisaties zijn al goed op weg, de kwaliteit van het personeel komt steeds meer centraal te staan en succesvolle praktijken nemen toe, maar er is ook nog genoeg terrein te winnen, zeker voor moeilijk bereikbare groepen. Duurzame inzetbaarheid vergt duurzaam werken aan de toekomst en het leren en stimuleren van elkaar is daarin onmisbaar.