Over representatie in de netwerkmaatschappij
17 november 2011, SER-gebouw Den Haag
'Plotseling worden de dingen die ertoe doen ontzettend belangrijk: banken, pensioenen, kinderen. Dat maakt de vraag urgent: wie kan mij vertegenwoordigen? Wíl ik wel vertegenwoordigd worden?' Filosofe/publiciste Stine Jensen sprak donderdag 17 november 2011 de vierde Verwey-Jonker/SER Lezing uit. Onderwerp: representatie, de rol van vertegenwoordigers en wantrouwen in de netwerkmaatschappij.
Onze maatschappelijke ordening is voor een belangrijk deel gebaseerd op het spreken en handelen namens anderen. Volksvertegenwoordigers, zaakwaarnemers en belangenbehartigers treden op namens collectieve identiteiten. De vanzelfsprekendheid van representatie lijkt echter steeds meer onder druk te staan. Namens wie spreek jij eigenlijk? is daarom het actuele thema voor deze vierde Verwey-Jonker/SER lezing.
Stine Jensen stelt dat dankzij de succesvolle emancipatie van de afgelopen decennia autonome individuen geen vertegenwoordigers meer nodig hebben. Zij zeggen zelf wel hoe zij over onderwerpen denken. De burger wil erkend worden als individu en niet als lid van een groep. Sociale media stellen hen daartoe in staat. De burger spreekt namens zichzelf, in plaats van een institutie zijn of haar spreekrecht toe te vertrouwen. De stellige mening regeert.
Jensen signaleert dat instituties en politiek verwoede pogingen doen de kloof tussen hen en de burgers te overbruggen. Zij willen burgers aan zich binden door het uitwisselen van intimiteiten en het verkondigen van stellige meningen, opnieuw via sociale netwerken. Het delen van 'intiem kapitaal'. Zo proberen ze het tij van wantrouwen te keren. Kan dit het groeiende wantrouwen bij burgers weer kantelen? Jensen ziet eerder een oplossing in goed gedrag van vertegenwoordigers van instituties en politiek.
Sarah de Lange (politicologe) plaatst in haar coreferaat vraagtekens bij de diepte van de kloof tussen burger en politiek. De tevredenheid met het functioneren van de democratie is de afgelopen decennia toegenomen van 50 procent in de jaren 70 naar 75 procent in 2010. Nog steeds behoort Nederland samen met Denemarken, Finland en Zweden tot de 'high trust countries'.
De Lange erkent ook dat er wel iets aan de hand is. Een groeiende groep, vooral laagopgeleide burgers, vindt dat politici en politieke partijen er niet in slagen hun belangrijkste taak te vervullen: het vertegenwoordigen van de man/vrouw in de straat.
De Lange betwijfelt echter of het pleidooi van Tweede Kamervoorzitter Gerdi Verbeet voor meer mensen met een lager opleidingsniveau in de Tweede Kamer de oplossing is. De leiders van radicaal rechts-populistische partijen lijken in niets op hun electorale achterban. De Lange raadt gevestigde partijen aan opnieuw te wortelen in de samenleving en te achterhalen wat de opvattingen en zorgen van hun achterban zijn.
Catelene Passchier (vakbondsbestuurster) maakte mee hoe zij bij een commissie binnentrad en toen te horen kreeg: 'Daar is de vakbeweging, nu kunnen we beginnen!' Ze heeft ervaring opgedaan met de fasen van vertegenwoordiger zijn. Je moet weten als vertegenwoordiger wat jouw organisatie vindt, en dat raakt aan mandaat, vertrouwen en meebeslissen.
Vervolgens heeft de vertegenwoordiger de vraag te tackelen: hoe kan de organisatie c.q. vakbond FNV het contact leggen en houden met de achterban en deze het beste representeren? Representatie moet reflecteren wat anderen vinden. En dat is een groot vraagstuk, gezien de vele leden met hun onderscheiden belangen en de nieuwe ontwikkelingen, bij een toenemende diversiteit. Die complexiteit is wel gebleken bij FNV en pensioenakkoord. Een vakbond moet daarbij én voor zekerheid zorgen én veranderingen meenemen. Een instituut als de vakbond moet vertrouwen en legitieme afwegingen zien te managen en werkbare regelingen zien te treffen om geloofwaardig te zijn als representant. Organizing of polderen? Dat is niet vruchtbaar. Je moet solidariteit organiseren en je moet daaraan de institutionele werkelijkheid en continuïteit vast zien te knopen.
Programma
Over Hilda Verwey-Jonker
De honderdste geboortedag, in 2008, van Hilda Verwey-Jonker was aanleiding voor het Verwey-Jonker Instituut en de SER om een lezingencyclus in haar naam te starten. Verwey-Jonker was een bijzondere vrouw: socioloog, senator, denker, publicist en feminist. Een kritische wetenschapper die in veel gezaghebbende gremia vóór en na de Tweede Wereldoorlog de eerste vrouw was; een vrouw die zich daarin ook sterk maakte voor de emancipatie voor vrouwen. De thema's waar Verwey-Jonker zich sterk voor maakte zijn nog steeds actueel.