Woensdag 6 april 2011, SER-gebouw, Den Haag
‘De groene gouden eeuw komt niet vanzelf’
De biobased economy biedt vele kansen, maar ook vele dilemma’s. Tijdens de werkconferentie ‘Werk maken van de biobased economy’ op 6 april in het SER-gebouw, kwamen sociale partners en mensen uit het bedrijfsleven tot aanbevelingen voor een groene economie. ‘We willen op weg naar een groene gouden eeuw’, zei SER-voorzitter Alexander Rinnooy Kan. ‘Maar die komt er niet vanzelf.’
De werkconferentie vloeide voort uit het SER-advies ‘Meer chemie tussen groen en groei’. Daarin roept de SER het kabinet op stevig in te zetten op de ontwikkeling van een groene economie, waarin afval niet meer bestaat en eindige grondstoffen worden verruild voor duurzame varianten.
Nu investeren betekent dat er kansen ontstaan voor economische groei en verduurzaming, stelt de SER. Volgens Fokko van Duyne, voorzitter van de SER-commissie Duurzame Ontwikkeling, is dat iets wat de overheid niet alléén kan bevorderen: ‘Het is aan de sectoren om de kansen binnen de regio’s te benutten en de technieken verder te ontwikkelen. Hiervoor is samenwerking nodig tussen partijen die voorheen geen natuurlijk contact hadden. Pakken we die samenwerking niet op, dan wordt Nederland links en rechts ingehaald door de landen om ons heen.’
De deelnemers van de conferentie gingen in verschillende workshops met elkaar het gesprek aan. Over het vermarkten van groene ideeën, het bevorderen van samenwerking over sectorgrenzen heen en vraagstukken over arbeid en scholing. Want hoe maak je nieuwe werknemers klaar voor een groene economie, en hoe moeten de huidige arbeidskrachten de omslag maken?
Aan het eind van de middag werden diverse aanbevelingen gepresenteerd. Zo zouden werkgevers, werknemers en onderwijsinstellingen beter kunnen samenwerken om hun opleidingen beter aan te laten sluiten op de arbeidsmarkt. Ook is samenwerking tussen sectoren van belang; een chemicus zou z’n licht eens kunnen opsteken bij een boer en visa versa. Eén van de deelnemers pleitte voor een proeftuin, waar groene ideeën met behulp van subsidie vermarkt kunnen worden en weer een ander stelde voor een club in het leven te roepen die ondernemers qua regelgeving kan ontzorgen in de ontwikkeling van hun groene ideeën.
Als algemeen aandachtspunt kwam naar voren dat een biobased economy voor veel Nederlanders nogal abstract overkomt. ‘In de samenleving is een groene economie nog niet zo breed gedragen als we zouden willen’, constateert dagvoorzitter Rens de Jong. ‘Misschien ligt daar onze belangrijkste taak. We moeten het verhaal vertellen.’