Esther-Mirjam Sent

Esther-Mirjam Sent is hoogleraar Economische Theorie en Economisch Beleid aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Hiervoor doceerde zij aan de University of Notre Dame in de Verenigde Staten en is zij visiting fellow geweest aan de London School of Economics en de Erasmus Universiteit Rotterdam. Haar onderzoeksinteresses omvatten de geschiedenis en filosofie van de economische wetenschappen alsmede de economie van de wetenschap hetgeen onder andere is uitgemond in twee boeken: The Evolving Rationality of Rational Expectations: An Assessment of Thomas Sargent's Achievements (Cambridge University Press, 1998), waarvoor zij de Gunnar Myrdal-prijs ontving, en Science Bought and Sold: The New Economics of Science (University of Chicago Press, 2002, samen met Ph. Mirowski). Zij is tevens raadslid bij de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling en mede-redacteur van de Journal of Institutional Economics. Recentelijk zijn haar onderzoeksinteresses uitgebreid naar gedragseconomie, experimentele economie en economisch beleid. Esther-Mirjam Sent is in 1994 gepromoveerd aan Stanford University in de Verenigde Staten.


Kennis + economie = kenniseconomie?

Op het terrein van de kenniseconomie heeft Nederland het lange tijd uitstekend gedaan. Ons onderwijs was kwalitatief goed en efficiënt georganiseerd. Het Nederlandse wetenschappelijke onderzoek stond internationaal in hoog aanzien. Bovendien behoorde de Nederlandse arbeidsproductiviteit tot de internationale top. Inmiddels dreigt er echter een zorgwekkende achterstand. De kwaliteit van het onderwijs holt achteruit en te veel jongeren verlaten hun school voortijdig. De wetenschap zucht onder verlammend wantrouwen met als gevolg dat strategische onderzoekers zich vooral toeleggen op het herhalen van veilige wetenschappelijke trucjes. Bovendien laat de groei van de arbeidsproductiviteit in Nederland zeer te wensen over. Hoe heeft het zo mis kunnen lopen? De eerdere productiviteit van de kenniseconomie is gepaard gegaan met toegenomen complexiteit. Wat we niet willen accepteren zijn de angsten en onzekerheden die daarmee gepaard gaan. In onze perverse controledrift proberen we alles dicht te regelen en te sanctioneren, en zo loopt de kenniseconomie in de fuik. Dit proces kan niet vlotgetrokken worden door een nostalgisch verlangen naar het verleden noch door gedoemde pogingen de complexiteit waarmee de kenniseconomie gepaard gaat te beheersen. We moeten onszelf radicaal ontorganiseren en ontregelen. Alleen dan kan de kenniseconomie floreren.