Agneta Fischer is gepromoveerd aan de Universiteit Leiden (1991) en heeft sindsdien diverse posities aan de afdeling Psychologie van de Universiteit van Amsterdam bekleed. In 1998 werd zij hoogleraar vanwege de Stichting de Beauvoir en heeft onderzoek verricht op het terrein van gender en management. Vanaf 2002 is zij hoogleraar in de Sociale Psychologie van Emoties. Zij doet onderzoek naar de invloed van sociale context op de uiting en regulatie van emoties, en heeft vele internationale publicaties op haar naam staan. Zij is tevens co-auteur en editor van diverse Engelstalige en Nederlandse boeken, waaronder Emotion and gender: Social Psychological Perspectives (2000; Cambridge University Press) en Emotion in social relations: Cultural, group and interpersonal processes (met B. Parkinson & A.S.R. Manstead, 2005; Psychology Press). Zij was president van de International Society for Research on Emotion, en associate en consulting editor van een aantal internationale tijdschriften, waaronder Cognition and Emotion. Op dit moment is zij tevens voorzitter van de afdeling Psychologie van de Universiteit van Amsterdam.
Emotie vraagt kennis: van kenniscultuur naar emotie-economie
Emoties worden vaak als gevaar voor kennis en gezond verstand gezien. Paniek, jaloezie, angst, gretigheid of korte termijn voldoening zorgen voor irrationeel gedrag en tasten de veronderstellingen van de rationele mens aan. Ook in de economische wetenschappen groeit steeds meer het besef dat mensen eerder emotionele, dan rationele beslissers zijn. Dit besef wordt versterkt door een cultuur waarin meer dan ooit behoefte bestaat niet alleen uiting maar ook voorrang te geven aan onze gevoelens. De geldende overtuiging van de huidige emotiecultuur lijkt te zijn dat onze emoties of intuïties de morele leidraad dienen te vormen voor ons gedrag. We doen wat we leuk vinden, niet wat goed is; we vinden wat we voelen en niet wat maatschappelijk verantwoord is.
Kan een land dat de kenniseconomie hoog in het vaandel heeft staan zich een dergelijke emotiecultuur permitteren? Wat is de rol van emoties bij schooluitval, het tekort aan leraren, de organisatie van kennis, de intolerantie tussen burgers, de moeizame besluitvorming in grote organisaties, en de kenniscultuur die door de overheid wordt gestimuleerd? Moeten we er inderdaad van uitgaan dat emoties nu eenmaal vaak sterker zijn dan het verstand, en moeten we accepteren dat onze emoties leidend zijn en dus soms desastreuze gevolgen hebben? De vraag is of dat verstandig is en of het niet tijd wordt voor een andere visie op emoties in onze kenniscultuur.