21 april 2010, SER-gebouw Den Haag
Tweede SER-jubileumsymposium over aanpak gefragmenteerd beleid
Duurzaamheid vraagt vastigheid
Moet duurzaamheid een eigen ministerie krijgen? Voor die vraag was veel aandacht op het tweede jubileumsymposium van de SER, op 21 april. Volgens Ingeborg Niestroy, secretaris-generaal van de vereniging van Europese duurzaamheidsraden, heeft Nederland inderdaad dringend wat vastigheid nodig. Maar of een ministerie de juiste vorm is, staat ter discussie.
Ingeborg Niestroy kent het Nederlandse duurzaamheidsbeleid op haar duimpje. Vanuit haar functie als secretaris-generaal van de Europese Vereniging van Duurzaamheidsraden (EEAC) vergelijkt ze het duurzaamheidsbeleid van verschillende Europese landen. ‘Verduurzamen, geen enkel land heeft zo’n mooi woord om aan te duiden waar het bij duurzame ontwikkeling om gaat: een proces met een verschuivend eindpunt. Nederland heeft het objectief gezien absoluut in de kaarten in handen om Europa’s koploper te zijn. Aan goede ideeën geen gebrek, aan organisaties die zich met duurzaamheid bezighouden ook niet. Nederland leidt vooral onder versnipperd beleid, en gebrek aan strategie.’
Of een duurzaamheidsministerie een oplossing biedt? ‘Dat is geen wondermiddel. Wat nodig is, is commitment op lange termijn van politieke leiders en goede mechanismen voor horizontale en verticale coördinatie. Duurzame ontwikkeling raakt aan vele beleidsterreinen; een enkel ministerie kan nooit een oplossing bieden.’
Tutti frutti SER-kroonlid en universiteitshoogleraar duurzame ontwikkeling in internationaal perspectief Louise Fresco opperde op een eerder SER-congres in september de mogelijkheid van een duurzaamheidsministerie. Ze is zelf nog niet geheel overtuigd van het nut, zei ze op de jubileumconferentie. ‘Ik opperde het idee vooral om te onderstrepen dat duurzaamheid nu eens serieus moet worden genomen. Goede wil alleen blijkt inmiddels niet meer genoeg voor dit lastige thema. De term duurzame ontwikkeling omvat nu bijna alles. Dat is lastig om beleid op te maken. Kijk maar eens naar de duurzaamheidsparagrafen van de verschillende verkiezingsprogramma’s van politieke partijen. Alleen op het gebied van energie lijken de partijen onder duurzaamheid nog enigszins hetzelfde te verstaan. Voor de rest betreft het een tutti frutti aan issues.’ Wat Fresco betreft moet het begrip duurzame ontwikkeling wat worden verengd.
Integraler beleid is ook een van de kernaanbevelingen uit het binnenkort vast te stellen SER advies
Meer werken aan duurzame groei. Els Bos van de FNV benadrukte op het symposium dat verenging van het duurzaamheidsbegrip niet mag inhouden dat de sociale dimensie van duurzaamheidsvraagstukken van het vizier verdwijnt. ‘Aandacht voor de
people-kant van duurzame ontwikkeling beschouwen wij juist een van de verworvenheden van het advies.’ Frits de Groot van VNO-NCW benadrukte het belang van de markt. ‘Nederlandse ondernemingen staan bovenaan internationale duurzaamheidsranglijsten. Daar zijn ze gekomen op basis van vragen uit de markt, de overheid is hier niet aan te pas gekomen. De overheid moet vooral een consistent kader scheppen.’
Coördinatie coördineren
Maar hoe een integraal duurzaamheidsbeleid waarborgen? Uit de zaal kwamen enkele suggesties. Een club van wijzen? Nog meer gevoel voor urgentie? ‘Ik breng mijn dag door met het coördineren van de coördinatie van duurzaamheidsbeleid’, verzucht een rijksambtenaar. ‘Aan inhoudelijke ideeën kom ik soms amper toe. Er zijn zoveel departementen bij betrokken. Ik zou niet weten hoe we het beleid nog beter moeten stroomlijnen.’
Ook de SER heeft hiervoor in het advies geen panklare oplossingen, benadrukte SER-voorzitter Alexander Rinnooy Kan. ‘We lijken elkaar nu te vinden in de kritiek op de overheid. Onze suggestie voor een wet op de duurzaamheid is nog niet heel helder uitgewerkt. Daarvan weten we nu vooral wat er niet in zou moeten staan. De sociale partners reiken de overheid in het advies in ieder geval de hand. De partijen in de SER willen met het nieuwe kabinet afspraken over verduurzaming van verschillende sectoren. Als de overheid een duidelijk perspectief biedt voor de lange termijn, dan kan en wil het georganiseerde bedrijfsleven meer werk maken van duurzame groei.’