De provincie neemt SER Brabant serieus
Een sterke automotive industrie, een energieneutraal Brabant en een ambitieuze aanpak van de jeugdwerkloosheid. SER Brabant denkt op vele fronten met de provincie mee.
Christel Wittevee
Bij het Helmondse Automotive House houdt een portier bezoekers nauwlettend in de gaten. Wie in het gebouw links afslaat, moet een geheimhoudingsverklaring ondertekenen. Aan die kant zitten de ingenieurs die hightech-onderzoek doen voor BMW en Mercedes. Rechts afslaan gaat eenvoudiger. Een laag model sportauto markeert daar het begin van de High Tech Automotive Campus (HTACampus).
Leo Dubbeldam, secretaris van SER Brabant, brengt vandaag een werkbezoek aan de gloednieuwe campus. HTACampus-directeur Han van den Bremer heet hem van harte welkom. Met gepaste trots vertelt Van den Bremer over de bedrijvigheid op de campus, die tot voor kort hermetisch van de buitenwereld was afgesloten.
HTACampus is een van de hotspots van de Brabantse kennisindustrie. Een samenwerkingsverband van bedrijven, kennisinstellingen en onderwijs gericht op onderzoek en ontwikkeling van de auto van de toekomst. Dat onderzoek moet onder meer leiden tot een betere spreiding van het verkeer. ‘
Driving guidance is de oplossing van het fileprobleem’, aldus Van den Bremer. De vraag naar milieuvriendelijke en veiligere auto’s neemt eveneens toe. Ook dat vergt onderzoek en flinke investeringen, zowel van de overheid als van de private sector. Uiteindelijk moeten die investeringen ertoe leiden dat de regio Brabant tot de wereldtop in de automotive industrie gaat behoren. ‘Vanuit die positie kan Brabant steeds meer interessante opdrachten aantrekken. Dat is gunstig voor de werkgelegenheid in deze regio’, aldus Dubbeldam. Volgens Van den Bremer heeft SER Brabant vooral een signalerende functie gehad bij de ontwikkeling van HTACampus, met name richting de provincie. ‘De provincie neemt de adviezen van SER Brabant heel serieus.’
Betrokken achterban
SER Brabant ontstond in 2006 uit het Sociaal-Economisch Overlegorgaan Brabant (SEOB). Was er bij het SEOB sprake van een mix van advies, overleg en belangenbehartiging, SER Brabant werkt volgens de lijnen van het landelijke SER-model met een exclusieve adviesrol naar de provincie.
De kracht van SER Brabant zit in een betrokken achterban. Zowel de werkgevers als de vakbonden zijn sterk vertegenwoordigd in de Brabantse SER.
Bij het smeden van de plannen voor SER Brabant hechtten Brabantse werkgevers- en werknemersorganisaties groot belang aan een onafhankelijke voorzitter. Die vonden ze in de persoon van Gerrit Jan Swinkels, een man met een groot bestuurlijk netwerk, zowel regionaal als landelijk. Als ondernemer investeert hij in crematoria en de vastgoedsector.
‘De provincie neemt onze adviezen zo serieus omdat we werken met commissies van onafhankelijke deskundigen’, benadrukt de 62-jarige voorzitter. ‘We hebben een betrokken achterban die graag meedenkt over de invulling van het beleid en die de eigen expertise ter beschikking stelt.’
Vorig jaar coördineerde SER Brabant een crisistop, waarbij de belangrijkste spelers in de regio nadachten over een uitweg uit de economische crisis. In het middellangetermijnadvies geeft SER Brabant aan waar de prioriteiten liggen op sociaal-economisch gebied. Swinkels: ‘Het samenbrengen van kennis en onderzoek op campussen, zoals in Helmond gebeurt, is een mooi voorbeeld van hoe we onze regio kunnen versterken.’
SER Brabant denkt over meer onderwerpen mee. Eerder al organiseerde het overlegorgaan het symposium ‘Energie als economische kans’ en publiceerde het een advies over een energieneutraal Brabant. Verder verschenen er adviezen over internationalisering van de arbeidsmarkt en over sociale innovatie. In 2009 kwam SER Brabant met een advies over de aanpak van jeugdwerkloosheid. Telkens krijgt Swinkels het voor elkaar dat werkgevers en werknemers zich volledig achter de adviezen scharen. Dat grote draagvlak heeft effect. Swinkels: ‘De provincie heeft ons middellangetermijnadvies voor de regio bijna één-op-één overgenomen in het bestuursakkoord.’
De organisatie mag hopen dat die invloed zo stevig blijft. Kwaliteit van het overleg valt en staat met het vinden van voldoende goede bestuurders die op vrijwillige basis willen meedenken. Dat is best lastig, weet bestuurslid Jan van Vroenhoven. Van Vroenhoven, zelf al jaren actief als bestuurder bij SER Brabant, verkocht drie jaar geleden zijn bedrijf DDA Business Group. ‘Ik zie sommige ondernemers zich helemaal richten op hun privéleven zodra ze hun bedrijf verkocht hebben. Ik blijf liever actief betrokken bij de maatschappij. Ik ben heel nieuwsgierig, lees veel kranten.
En ik vind het leuk om te besturen’, vertelt Van Vroenhoven, die ook deel uitmaakt van het algemeen bestuur van de Brabants-Zeeuwse Werkgeversvereniging (BZW) en het dagelijks bestuur van de Kamer van Koophandel Brabant.
Van Vroenhoven is bij de Kamer van Koophandel voorzitter van de commissie Ruimte & Milieu. Een commissie die door SER Brabant wordt ingeschakeld om mee te denken over beleid en desnoods ongevraagd advies geeft aan de provincie. Voorlopig zit het met die advisering wel goed.
De verhouding gevraagd/ongevraagd advies is 75/25 procent. Van Vroenhoven: ‘De provincie werkt tegenwoordig zo goed samen met SER Brabant dat er nauwelijks ruimte overblijft voor ongevraagd advies.’
SER Brabant kort Het bestuur van SER Brabant bestaat uit een onafhankelijke voorzitter, zeven leden vanuit werkgeversverenigingen, zeven leden vanuit vakbonden en vijf afgevaardigden van regionale Kamers van Koophandel. Het bestuur vergadert zes keer per jaar en wordt ondersteund door een fulltime secretaris en een parttime management assistente. Adviezen komen tot stand via vier commissies: economie & innovatie, onderwijs & arbeidsmarkt, ruimte & milieu, mobiliteit & infrastructuur.
SER Brabant adviseert exclusief aan de provincie Noord- Brabant. De organisatie ontvangt voor haar activiteiten subsidie van de provincie, de landelijke SER en de regionale Kamers van Koophandel.