Home | Publicaties | SERmagazine | 2006 | oktober 2006 | Vier jaar Kamerervaring

“De Tweede Kamer is niet mijn ding”

Voormalige ‘sociale partners’ over hun ervaringen in de politiek

Niet zo lang geleden werkten ze nog bij een vakbond of een werkgeversorganisatie, een paar jaar terug debuteerden ze in de Tweede Kamer. Nu nieuwe verkiezingen in aantocht zijn, is de VNO-NCW’ster een rijzende ster, vindt de vakbondsvrouw het niet ‘haar ding’ en is de oud-secretaris van de Limburgse werkgevers trouble shooter voor de Limburgers.

Ton Bennink

Op de vraag of ze als volksvertegenwoordigers ook echte blunders gemaakt hebben, geeft alleen de man van ons trio toe er wel eens flink naast gekleund te hebben. Jos Hessels (ex-Limburgse Werkgeversvereniging) van het CDA liet zich naar eigen zeggen ‘kisten’ door de commissie-Kist die onderzoek deed naar de kosten en baten van de Splitsingswet. Twee jaar had Hessels om een onafhankelijk onderzoek gevraagd en toen dat er kwam, durfde hij niet meer de hem onwelgevallige conclusies van de commissie te betwisten. “De leden van de commissie waren niet onafhankelijk, maar ik vond dat ik een vent moest zijn en heb de conclusies geaccepteerd. Wel mijn grootste blunder.”

Hannie Stuurman (voorheen FNV Bondgenoten) van de PvdA zegt lachend geen blunders gemaakt te hebben. Haar VVD-collega Edith Schippers (voormalig VNO-NCW) bedient zich zelfs van enig seksisme door vrouwen als superieur te bestempelen als het gaat om de inhoud. “Vaak lezen vrouwen alles, praten ze met iedereen en bereiden ze zich supergoed voor. Misschien wel uit onzekerheid. Inhoudelijke blunders kan ik zo niet noemen, wel is er nog genoeg te verbeteren. Ik vind altijd dat ik dingen vergeet in tv-interviews of dat ik het in debatten beter had kunnen doen.”

Van de drie voormalige werknemers van sociale partners die we voor dit artikel spraken, gaan er twee door in het parlement. Stuurman haakt af. Misschien is het wel alleszeggend: in de Intermediair Citatiescore (lijst van meest in de publiciteit verschijnende politici) komt Hannie Stuurman niet voor. Jos Hessels staat op plaats vijf van snelle stijgers, Edith Schippers op vier.

Dat Stuurman de Tweede Kamer voor gezien houdt, komt niet omdat ze weinig in de publiciteit kwam, benadrukt ze. “Ach, de ene portefeuille is sexyer dan de andere. Ik vind het belangrijker om je werk binnen en buiten de Kamer goed te doen.’

Eind januari 2003 trad ze aan als volksvertegenwoordiger. Het viel haar tegen. “De Tweede Kamer is niet mijn ding. Ik stap er dan ook uit en hoop ergens burgemeester of wethouder te worden zodat ik me meer met beleid kan bezighouden. Het viel me heel erg tegen dat je als oppositiepartij moeilijk beleid kan maken. Je krijgt in de wandelgangen gelijk, maar in de Kamer zelf houden de regeringspartijen hun ministers de hand boven het hoofd en steunen ze de regering.”

En Stuurman ging nog wel zo opgewekt van start na vastgelopen te zijn bij de bond. Dertien jaar had ze er gewerkt. Eerst voor de Industriebond FNV en vanaf 1998 voor FNV Bondgenoten waarin vier verschillende bonden waren samengegaan. “Door de fusie en de financiële problemen was het meer een bedrijf geworden. Dat beviel me niet. Ze dachten dat ze ook een verzekeringsmaatschappij waren en de door mij opgezette ledenservice was naar buiten geplaatst en een soort advocatenkantoor geworden. Dat kon dus niet. Bondsmedewerkers werkten niet meer uit idealisme.”

Oktober 2002 stapte ze over naar een adviesbureau in de veronderstelling dat ze als 42e op de PvdA-kandidatenlijst toch geen kans op een Kamerzetel zou maken. Dat liep anders. De peilingen gingen richting 40 zetels voor de sociaal-democraten. De actualiteitenrubriek Twee Vandaag filmde haar tijdens de verkiezingsdag. “Later zag ik die uitzending nog eens terug. Je ziet gewoon dat ik erin wil en uitstraal dat het 42 zetels moeten worden.’

Het dualisme viel voor haar in de praktijk erg tegen. En voor een van haar grootste successen werden volgens haar collega’s van de VVD opgeofferd. “Bij de behandeling van de Wet Medezeggenschap (die het kabinet introk nadat het onvoldoende steun had gekregen, red.) kreeg ik steun van de VVD. Dat is ze niet in dank afgenomen. De meestemmers staan nu laag of helemaal niet op de kandidatenlijst.”
“Als ze dit zegt, heeft Hannie Stuurman er weinig zicht op hoe het binnen de VVD gaat”, reageert Edith Schippers. Schippers staat met een zevende plaats hoog op de VVD-lijst, werd zelfs vicefractievoorzitter en vond met de portefeuille Volksgezondheid wél haar draai in de Tweede Kamer. “Meestemmen met de oppositie is niet de graadmeter voor je functioneren als VVD-Kamerlid. We zijn redelijk vrij binnen de fractie. Het is niet voor niets dat bij ons veel naar de pers gelekt wordt. Bij ons heb je als woordvoerder veel ruimte om het kabinet onwelgevallige moties in te dienen. De hiërarchie binnen PvdA en CDA is veel strenger. Ik zit echt in een oppositierol als het gaat om preventiebeleid. Dankzij onze fractie-inbreng werden collectiviteitskortingen in het zorgstelsel verhoogd van vijf naar tien procent. Het kabinet voelde daar weinig voor. Toch vonden wij het nodig om dynamiek in het nieuwe stelsel te krijgen.”

Schippers kwam, met Geert Wilders als mentor, in juni 2003 in de Kamer. Ze kende het klappen van de zweep in het parlement. Begin jaren negentig was ze medewerker van de VVD-fractie. In 1997 stapte ze over naar VNO-NCW waar ze zich bezighield met gezondheidszorg, arbeidsmarkt en ruimtelijke ordening.

Ondanks haar snelle carrière, –“de verkiezing tot vicefractievoorzitter vond ik zeer eervol, maar is niet mijn grootste succes”– beschouwt Schippers zichzelf nog geen bekende Nederlander. “Nee hoor, ik loop rustig over straat. In mijn oude woonplaats Lekkerkerk werd ik wel eens aangesproken, maar in Baarn, waar ik nu woon, en Den Haag word ik niet herkend. Ik zit niet in de Katja Schuurmanleague zoals de leden van het kabinet.”

De bedreigingen van Kamerleden en de moord op Van Gogh grepen Schippers emotioneel het meest aan. Inhoudelijk bleef de Zorgverzekeringswet haar het meeste bij. De drukke agenda van een Kamerlid viel haar het meest tegen. “Ik had me voorgenomen alle afspraken na te komen en alle mails en brieven binnen een week te beantwoorden. Dat bleek onmogelijk. Een onderwerp als rookbeleid roept zoveel op. Als je op TV bent geweest stromen de brieven je kamer binnen. Er waren weken bij dat ik wel 1000 brieven en e-mails ontving. Dat is niet te doen met één medewerker. Het niet verschuiven van afspraken bleek ook onmogelijk. De Kameragenda verandert voortdurend.”

Zwijnen

CDA’er Jos Hessels kan nog wel wat aanloop gebruiken. Hij fungeert weliswaar als een soort ambassadeur van Limburg in Den Haag, toch roept hij kiezers op meer gebruik van zijn diensten te maken. “Werkgeversverenigingen hebben hun eigen mensen in de Kamer zitten. Maak daar gebruik van, zou ik zo zeggen. Als secretaris van de Limburgse Werkgeversvereniging wist ik hoe het werkte.”

De dag naar de verkiezingen in mei 2002 toog Hessels, zoals een rechtgeaard Limburger betaamt, met een paar dozen vlaaien naar het kantoor van zijn werkgever om afscheid te nemen. Daarna pakte hij de trein naar Den Haag. “Ik stond op nummer 35, hooguit een indirect verkiesbare plaats, dacht ik. Maar door de verkiezingsoverwinning van het CDA kwam ik er ruim in. We hadden een luxeprobleem: geen ruimte voor 43 Kamerleden, niet genoeg medewerkers maar wel champagne.’

Hessels vindt zichzelf een vooruitgeschoven post voor Limburg, al zijn naar eigen zeggen alle regio’s hem even lief op het terrein van zijn portefeuille: energie en innovatie. Maar als hij in Limburg is, wordt hij voortdurend aangeklampt. “Dan kan het gebeuren dat ik op zondagmorgen uit mijn bed gebeld word door een varkensboer omdat er dertien wilde zwijnen op zijn erf lopen en hij bang is voor varkenspest. Na eerst alle heiligen in de hemel te hebben aangesproken, onderneem je dan toch actie. Ik heb de woordvoerder Jachtbeleid gebeld die snel een afschietvergunning regelde. Ach, misschien werkt het wel anders in Limburg. Als parlementslid dien je erbij te zijn als de voetbalclub kampioen wordt en de harmonie speelt. Je wordt ook constant aangeklampt. Ik vind dat mooi. Maar het gaat om de rol die je speelt, niet om je persoon. Als je Kamerlid af bent, is de aandacht ook zo weer weg.”

Lobbyisten

Hessels bespeurt een gebrek aan inzicht bij het grote publiek over hoe het werkt in het parlement. Hij weerlegt de kritiek van collega Stuurman dat Tweede Kamerleden te weinig kennis hebben (zie kader). “Je bokst op tegen een minister met honderden ambtenaren. Wij zijn onder meer afhankelijk van de informatie uit de maatschappij. We doen ons best om genoeg kennis te verzamelen, maar dat heeft wel tijd nodig. Bovendien hoeft een directeur van een bedrijf ook niet alle technische kennis te hebben om een beslissing te kunnen nemen. Maar je moet Kamerleden wel de tijd geven. Ik heb ruim twee jaar nodig gehad om goed ingewerkt te raken. Nu werk ik met voldoende vertrouwen en begrijp ik waar het over gaat. Daarom vind ik het ook jammer dat nu zoveel collega’s de Kamer verlaten.”

Misschien wel vanwege dat gebrek aan kennis, ziet Hessels argumenten die lobbyisten gebruiken soms letterlijk terugkomen. “Tijdens de behandeling van het voorstel om energiemaatschappijen te splitsen, is enorm gelobbyd. Natuurlijk worden sommige collega’s ingepakt. Dan zie je letterlijk in een verslag zinnen uit een brief die je ook hebt ontvangen. Toch vind ik lobbyen een goede zaak. Als je maar onafhankelijk bent en gebruik maakt van een klankbord.”

Bij het omgaan met lobbyisten heeft Hessels baat bij zijn eigen verleden als secretaris van de Limburgse Werkgeversvereniging. “Tijdens de behandeling van de Splitsingswet is er enorm gelobbyd. En hoe meer geld er op het spel staat, hoe beter de lobby. De energie- en telecomsector vormen de sterkste lobbies met het meeste geld. Het treinkaartje is echt betaald bij iedereen die bij mij op bezoek komt. Ik word pas echt achterdochtig als iemand beweert volstrekt onafhankelijk te zijn. Als je zelf lobbyist bent geweest, weet je hoe het werkt. Als Tweede Kamerlid ben ik mans genoeg om door de belangen heen te prikken.”

Hessels en Schippers gaan parlementair verder en dragen zo in ieder geval nog even bij aan het collectieve geheugen van de Tweede Kamer. Al is Edith Schippers geen tegenstander van een flinke roulatie. “Kamerleden zitten gemiddeld twaalf jaar in de kamer. Per periode dien je een derde te vernieuwen. Dat is goed. Dat zorgt voor een frisse wind. En over die kritiek op het kennisniveau: je hebt goede en slechte parlementariërs. Zoals je ook goede en slechte journalisten en wetenschappers hebt. Sommigen wetenschappers kunnen je inspireren en verrassen en bij andere denk je wel eens: ‘krijg je die gratis bij een pak vla?’





Het grootste succes van Jos Hessels

Het tegenhouden van de IJzeren Rijn ziet Jos Hessels (41) als zijn grootste succes. Met nog vijf minuten te gaan voordat het kabinet de stilzwijgende goedkeuring van de Tweede Kamer in de zak had, wist hij via een spoedmotie te voorkomen dat Nederland zich bij voorbaat zou conformeren aan een vonnis van het Europese Arbitragehof. België wilde de spoorlijn die Limburg doorkruist weer gaan gebruiken. “Via een motie hebben we geëist dat reactivering alleen zou kunnen als België voor tunnels en omleidingen betaalt. Dat kost 500 miljoen euro. Hadden we die motie niet ingediend, dan hadden er nu 24 chloortreinen per dag door het centrum van Roermond gereden.”





“Veel collega’s hebben te weinig kennis”

Hannie Stuurman (42) kreeg als portefeuille: emancipatie, kinderopvang, medezeggenschap, arbeidsomstandigheden en arbeidstijden. Ze moest wennen. “Ik had nul, nul benul. Het introductieklasje en de begeleiding van mentor Saskia Noorman-Den Uyl hebben me de kneepjes van het vak geleerd. Al had ik de pech dat Saskia nogal druk was. Toch heb ik het zelf wel kunnen vinden. Ik heb de portefeuille gekregen die ik wilde en had veel vrijheid. Dat is me meegevallen. De kennis van Kamerleden is me tegengevallen. Veel collega’s, ook uit de eigen fractie, hebben te weinig kennis van zaken. Als je hoort wat voor lullige vragen sommige Kamerleden stellen! Ik baseer mijn gedachten veel op basis van mijn verleden en bezoek ook geregeld bedrijven.”





Het drukke leven van de gezondheidszorgspecialist

De afgelopen drie jaar heeft Edith Schippers (42) ‘idioot’ hard moeten werken. ‘Woordvoerders Volksgezondheid zijn de meest hardwerkende mensen in de Kamer geweest. We hebben in een recordtijd idioot veel wetten moeten aanpassen, hadden heel veel overleggen en zaten voortdurend in een wettraject. Ik neem me heilig voor veel meer eigen onderzoek te doen en meer initiatief buiten de Kameragenda om te nemen.”
Ze heeft een tip voor lobbyisten, bijvoorbeeld uit haar ex-werkkring. “Als je als lobbyist iets wilt bereiken, moet je er op tijd bij zijn. Nu krijg ik vaak te laat brieven binnen.”

SER-bulletin oktober 2006

Inhoudsopgave