Home | Publicaties | SERmagazine | 2003 | september 2003 | Lobbyen in Brussel

“We polderen meer in Europa dan op nationaal niveau”

Samen met twee FNV-collega’s vecht Anne-Marie Snels in Brussel voor een socialer Europa. De nadruk in de Europese politiek ligt volgens Snels te veel op economisch en financieel beleid. “Dat komt door de verrechtsing. In het Europees parlement en in veel nationale parlementen hebben rechtse fracties de meerderheid.”

Christel Witteveen

Bijna vijf jaar geleden verruilde Snels haar functie als regiohoofd voor de FNV in Limburg voor haar huidige baan. In rap tempo bouwde ze aan een uitgebreid netwerk onder de in Brussel aanwezige Nederlanders. Daarna volgden automatisch internationale contacten.
In het begin moest de vakbondsvrouw nog moeite doen om binnen de bonden voldoende belangstelling voor Europa te krijgen. Inmiddels wordt van elke beleidsmedewerker aandacht voor de Europese politiek verwacht. Snels: “Er speelt hier zoveel dat ik niet alles zelf inhoudelijk kan beoordelen.’’
Haar netwerk is voor Snels erg belangrijk om op de hoogte te blijven van de Brusselse besluitvormingsprocessen. Zo seinden ambtenaren haar in dat de nieuwe verfrichtlijn, eigenlijk bedoeld ter bescherming van het milieu en ter bevordering van het vrije verkeer van producten en diensten, grote gevolgen had voor de arbeidsomstandigheden van schilders. “Die richtlijn bleek al onze nationale afspraken om zeep te helpen. We zijn toen meteen achter de teksten aan gegaan, hebben met betrokken collega’s de koppen bij elkaar gestoken om ons standpunt te bepalen en afspraken gemaakt wie wie ging benaderen. Met de werkgevers en het kabinet hebben we uiteindelijk samen aan de bel getrokken.”

BTW-lobby
Die dubbele lobby, in Nederland en vaak tegelijkertijd bij partijen in Brussel, maken de werkzaamheden complexer dan lobbyen op lokaal of nationaal niveau. Bovendien kan de Brusselse besluitvorming heel lang duren. Zo duurde het 31 jaar voordat de richtlijn voor de Europese Vennootschap definitief op papier stond.
Een grootscheepse lobby die de FNV-delegatie begin dit jaar startte, is gericht op de BTW-verlaging. De FNV wil dat het experiment om de BTW voor onder andere fietsenmakers, kappers, schoenmakers en kleermakers te verlagen, wordt voortgezet. Het is goed voor de werkgelegenheid en het gaat zwart werken tegen.
Al in januari nodigde de FNV partijen als VNO-NCW, MKB en brancheorganisaties uit om hierover te praten. Binnenkort start de Europese besluitvorming hierover en de sociale partners zijn nu druk bezig om daar gezamenlijk invloed op uit te oefenen. “We polderen tegenwoordig meer in Europa dan op nationaal niveau”, zegt Snels.

Pensioensysteem
De taken van de FNV in Brussel bestaan overigens niet uit lobbyen alleen. Informatievoorziening is ook belangrijk. Niet alleen de bonden in Nederland informeren over wat er in Brussel gebeurt, maar ook buitenlanders op de hoogte brengen over hoe zaken in Nederland functioneren. Snels: “Zuid-Europese landen vinden ons pensioensysteem asociaal omdat Nederlanders zelf voor aanvullende regelingen moeten zorgen. Door die kritiek komt ons systeem enorm onder druk te staan. Om begrip te kweken, moeten wij hen en de ambtenaren van de Europese Commissie duidelijk uitleggen hoe het systeem werkt. Informatie is de basis voor een effectieve lobby.”
Snels vindt dat de werkzaamheden in Brussel nogal eens worden ondergewaardeerd door Nederlandse politici en bestuurders. “Mensen die denken dat er in Brussel niets gebeurt, weten vaak gewoon niet beter. Maar ondertussen komt daar wel zeventig procent van ons beleid vandaan. De onderwerpen variëren van de kwaliteit van het zwemwater tot de pensioenen en het stabiliteitpact. Ik denk dat Nederlandse politici te weinig in de gaten hebben dat alle Brusselse besluitvorming gevolgen heeft voor het nationale beleid. Bij de FNV is inmiddels iedereen ervan overtuigd dat we de ontwikkelingen in Europa goed in de gaten moeten houden.”

Achterban
Wel constateert Snels een toenemende belangstelling voor Europa. Zo ziet ze bijvoorbeeld dat nationale politici van partijen als PvdA en GroenLinks een steeds intensiever contact onderhouden met Europarlementariërs. Zelf doet de FNV er van alles aan om de achterban te informeren over wat er in Brussel speelt.
Zo organiseert het Brusselse kantoor samen met de FNV-bonden een jaarlijkse conferentie over een actueel onderwerp zoals de Europese arbeidsmarkt. Verder beheert het een website ( www.fnv.nl/europa ) die wekelijks door tweehonderd belangstellenden wordt bezocht en verzorgt het een tweewekelijkse nieuwsbrief.
Op dit moment werken Snels en haar collega’s aan een plan de campagne voor de Europese verkiezingen in juni volgend jaar. “We zijn nu bezig onze eigen standpunten te bepalen. Verder willen we een aantal debatten organiseren en we denken over een online stemwijzer, die kiezers kan helpen bij hun keuze. De afgelopen keer ging nauwelijks meer dan een kwart naar de stembus en daar moeten we toch echt wat aan doen.”
Ondanks het harde werken, is Snels bescheiden over haar eigen invloed. “Lobbyen is mijn vak. Omdat dingen hier lang niet zo vast liggen als op nationaal niveau, is lobbyen in Brussel veel spannender en uitdagender. Het is leuk om te constateren dat door onze inzet in een bepaalde resolutie het belang van werknemers ineens bovenaan staat. Maar meestal is het heel moeilijk te bepalen welke invloed we op een uiteindelijke richtlijn of een wetsvoorstel hebben gehad.” 
 

De FNV in Europa

De FNV heeft sinds 1 januari 1999 een permanente delegatie van drie personen in Brussel. Samen met collega’s van de FNV-centrale en de afzonderlijke bonden bepaalt het Brusselse kantoor welke onderwerpen relevant zijn voor de vakbeweging.
Tot nu toe zette de delegatie, die vaak intensief samenwerkt binnen het Europees Verbond van Vakverenigingen (EVV), zich onder andere in voor het experiment met de BTW-verlaging, de Europese Vennootschap, WTO en handelsnormen, het Europees grondrechtenhandvest en de Conventie. Een belangrijk onderdeel van de werkzaamheden is de informatievoorziening naar bestuurders, beleidsmedewerkers en journalisten. 
 

Een flink deel van het Nederlandse sociaal-economisch beleid komt uit Brussel. De ingewijden weten dat natuurlijk al lang maar tot het grote publiek dringt dat maar langzaam door. In de komende SER-bulletins laten we mensen aan het woord die dagelijks in Brussel zien hoe het Europees beleid tot stand komt en die er zelf vaak nauw bij betrokken zijn.
Kortom: mensen met de standplaats Brussel.

SER-bulletin september 2003

Inhoudsopgave